Uit!

Vanaf vandaag is het boek ‘Op het tapijt gebracht’ verkrijgbaar bij oa Bol en Amazon, maar ook gewoon bij uw plaatselijke boekhandel. Wij hebben het nog niet gelezen, maar we zijn benieuwd.

https://www.bol.com/nl/nl/p/op-het-tapijt-gebracht/9300000044039995/?promo=home_818_recentbekeken-MCM-slot_D99_product_0_&bltgh=jSDrEJMzUQavpZrWHrhNvg.3_pJ8D2syneUNSXEiOnFpExA_0_1.2.ProductImage

7 reacties op “Uit!

  1. ‘Op het tapijt gebracht’ is een belangrijk en waardevol onderzoek naar de mistanden in het Apostolisch Genootschap. Alhoewel geschreven door een insider (Jeroen Griekspoor groeide op in het Apostolisch Genootschap, net als ik) waardoor hij de cultuur van binnenuit kent en ervaren heeft, heeft hij als een outsider veel wetenschappelijke bronnen verwerkt en gekoppeld aan het apostolisch genootschap. Alvorens uitspraken over het genootschap te doen, bijvoorbeeld welke misstanden er waren, onderzoekt hij eerst wat onder misstanden verstaan wordt in de wetenschappelijke literatuur. Dit geldt ook voor begrippen als cultuur, sekte, indoctrinatie, hersenspoeling, etc. Vervolgens worden deze gelegd naast kenmerken van en ervaringen in het Apostolisch Genootschap en beschreven op objectieve wijze.

    Hieronder benoem ik een aantal thema’s die mij hebben aangesproken, inzicht hebben gegeven en aan het denken gezet. Het is dus zeker geen volledig overzicht. Eenieder zal weer andere delen eruit halen,. Dus belangrijk om het ook zelf te lezen!

    Een centraal model is naar Lalich & MacLaren (2018) waarin 4 hoofdkenmerken van sektes worden genoemd, deze zijn met name van toepassing op de periode onder Slok sr en in mindere mate onder Slok jr. Deze zijn:
    – Alomvattend geloofssysteem (hoofdstuk 5): overkoepelende ideologie dat de volgelingen samenbindt;
    – Charismatisch leiderschap (hoofdstuk 6): emotionele band tussen leider en volgelingen: liefde en angst;
    – Controlesystemen (hoofdstuk 7): (onder andere) indoctrinatie, propaganda, cognitieve dissonantie;
    – Systemen van invloed (hoofdstuk 8): manieren waarop de contacten tussen de gelovigen worden beïnvloed waaronder hun gedachten, houdingen en gedrag (hieraan zou ik ook emoties willen toevoegen). In dit hoofdstuk wordt spiritueel misbruik en hersenspoelen besproken.

    Binnen dit geheel zit het individu opgesloten, hij ziet, hoort en ervaart niets anders dan wat deze systemen inclusief de leider hem/haar ‘aanbieden’ en dit verklaart waarom het zo moeilijk is hieruit los te komen. En het verklaart tevens voor mij waarom gesprekken tussen leden en ex-leden over ons gezamenlijke verleden niet leiden tot inzicht en begrip voor de toegebrachte schade.
    De auteur werkt dit ook nog uit in het deel ‘Familiegeheimen’ en hoe het apgen (tegenwoordig noemt het genootschap zich ‘apgen’) tot op de dag van vandaag niet tot reflectie in staat is. Dit zie ik bijvoorbeeld duidelijk terug in het zogenaamde ‘Reflectietraject op ons verleden’ van het apgen (2020-2021). Er wordt verteld wat ze gedaan hebben: dialooggesprekken georganiseerd, excuus aangeboden, en een Meldpunt ingesteld, maar nergens wordt inhoudelijk op ingegaan, er wordt geen onderzoek ingesteld (met als uitzondering het boek van Berry Brand, ‘Nieuw licht op oude wegen’, 2013, Van Oosbreestichting, waarvoor binnen het apgen nauwelijks interesse is). Er wordt niet gereflecteerd. Eerder is er sprake van damage controll. Mede hierdoor kan er niet geleerd worden van het verleden.
    Dit hangt m.i. nauw samen met een belangrijk kenmerk van het Apostolisch Genootschap dat ook in het boek besproken wordt: ‘de censuur op vragen stellen of kwesties ter discussie stellen’ wat bijdraagt aan de ‘spiraal van stilte en algehele ontkenning’ (uitgelegd in hoofdstuk 7), en de ‘tirannie van positiviteit’ (‘de schone schijn van blij’ zoals de auteur het ook benoemt in hoofdstuk 10).

    Lalich & McLaren hebben voor al deze 3 systemen en het charismatisch leiderschap onderzocht wanneer dit gezond of ongezond uitwerkt. Wanneer dit wordt vergeleken met het Apostolisch Genootschap blijkt dat in de vier onderdelen alle ongezonde kenmerken aanwezig zijn en geen enkele gezonde.

    Wat mij bijzonder aansprak was hoe het deel Misstanden is uitgewerkt en in relatie gebracht tot de Zelf Determinatie Theorie (ZDT) van Ryan & Deci. In Nederland bekend van Luc Stevens en de drie basisbehoeften: autonomie, competentie en relatie. De basisbehoeften zijn universeel en essentieel voor het vervullen van iemands geestelijke gezondheid. Deze theorie is geschikt voor het beoordelen van welke cultuur ook en laat zien hoe deze cultuur het welbevinden van mensen bevordert of niet. Het boek gaat uitgebreid in op de basisbehoeften, deze kunnen worden bevorderd, belemmerd, en in het ergste geval gefrustreerd.
    Wat betreft de autonomie van de volgelingen kan worden geconstateerd dat het Apostolisch Genootschap deze in grote mate belemmerde en frustreerde. Het maken van eigen keuzes en het nemen van eigen beslissingen werd slechts toegestaan voor zover dat paste binnen het apostolische kader.
    Hetzelfde geldt voor de competentie: nooit was de erkenning en aanbidding genoeg en altijd kon het beter, groter, en nóg mooier. Alleen te bereiken door volledige overgave aan de zelfbenoemde Man Gods (ook een aantasting van je autonomie wat mij betreft), zonder Hem wachtte de goot.
    Bij relatie is het iets lastiger: in eerste instantie lijkt het dat dit wordt vervuld. Echter was deze relatie gehéél voorwaardelijk en werd misbruikt als machtsmiddel. Voorwaarde was het inleveren van je autonomie.
    De Apostelkinderen kunnen dit met talloze liedteksten illustreren (wat voorbeelden uit mijn eigen geheugen: ‘Geknield voor mijn Apostel’, ‘Want zonder u ben ik niets’, ‘Ik leef om te dienen in trouw aan uw zij, mijn God als Apostel is het hoogste voor mij’, etc etc).

    Mogelijk zullen er (ex)leden zijn die zeggen: dit of dat gold niet voor mij in die en die mate. Voor dit onderdeel heeft de auteur ook een interessant deel opgenomen over de volgelingen, en hierin een aantal verschillende typen volgelingen onderscheiden: verloren zielen, ware gelovigen, autoriteit gevoeligen, omstanders, opportunisten, inner circle (H5). Ook dit lijkt me een waardevol onderwerp om verder te onderzoeken, mede in relatie tot apostelkinderen die binnen deze cultuur opgroeiden en dus ook hierin gevangen zaten. Vanuit de fb-groepen kan ik zeggen dat er inderdaad verschillen zijn, zowel in de mate van volgzaamheid binnen gezinnen als ook mensen die als kind al aanvoelden dat er een en ander (tot heel veel) niet klopte.

    Dit raakt aan hoofdstuk 9 Apostelkinderen. Hierin wordt in de 2e conclusie gesteld dat ‘apostelkinderen werden grootgebracht met een valse voorstelling van zaken, en oogkleppen werden opgezet om te verhinderen dat zij leerden zich een eigen mening te vormen. Dit is een extra misstand omdat gebruik werd gemaakt van hun kwetsbaarheid’.
    Hieraan zou ik willen toevoegen dat ook hun emoties werden gemanipuleerd en onderdrukt: er waren gewenste emoties (vooral blij en dankbaar) en ongewenste emoties (boosheid, woede, verdriet, angst etc). Wanneer dit vanaf je kindertijd met je wordt gedaan heeft dat gevolgen voor de rest van je leven. Het ‘Apostolisch Spier Geheugen’ blijft nog lang intact (hoofdstuk 10, naar Robin Brouwer). Het kost veel tijd en energie en veel reflectie om je bewust te worden van de aangeleerde reflexen en nieuwe reacties te ontwikkelen. Ik ben dan ook zeer eens met het benoemen van het belang van reflectie: dat voor het vervullen van je basisbehoeften je je bewust moet zijn van je jezelf, je omgeving en de interactie daartussen (de binnenwereld en de buitenwereld). Volgens de ZDT is de beste manier om je goed bewust te zijn van de binnen- en buitenwereld mindfulness: op een open ontvankelijke, niet-oordelende manier aandacht schenken aan wat er dat moment gebeurt. Precies wat er ontbrak.

    Tot slot: als punt van aandacht zou willen noemen het definiëren van religie en godsdienst. Ten eerste dienen deze twee gescheiden te worden en ten tweede kunnen we nog kritisch kijken of het Apostolisch Genootschap een religie of godsdienst was. Naar mijn mening is dat niet het geval. Dat veel e-xleden zeer kritisch tot afwijzend ten opzichte van godsdienst en religie zijn komen te staan is 100% begrijpelijk maar ook te betreuren. Niet bedoeld is dat iemand atheïst is geworden, dat is geheel ieders vrije keus, maar wel dat het Apostolisch Genootschap naar mijn mening op deze manier alsnog een (grote) invloed uitoefent op het denken en welzijn van de (ex)leden. Religie en godsdienst zijn zoveel méér dan dat wij meekregen vanuit het Apostolisch Genootschap, iets wat ik ook als een misstand ervaar.

  2. Over de heerszuchtige relaties met de kinderen in de jaren zestig van de vorige eeuw ondervonden :

    De gewichtigheid en status die van de “leiders” uitging, vond ik als baby al zo enorm groot en ik voelde een enorme “dwang” in de gebouwen en onder de mensen die daar samen kwamen om te aanbidden, danken, erkennen en bejubelen …

    Men bracht het wel zwaar, als een godsdienst met veplichtende verantwoordelijkheden, vroomheid, aan de lippen hangerijen en schuld verdragen en verduren van donderende woorden en spreuken :

    Gelukkig kon ik alles nog niet verstaan en ‘voelde’ ik daar alleen maar de vééleisende bedreigingen !

    Ik was er sprakeloos van, gaf geen kik en ik keek alleen angstig rond als een geintimideerd zieltje.

    Presteren werd zelfs tot wedijveren verheven … !

    Lief en klein zijn, terwijl je langdurig onderdrukt werd tot stilzitten en steeds handje vasthouden.

    Dat was echt pijnlijk en gemeen voor kinderen !

  3. WAT IK DENK :

    De oude éénzijdige ook vervuilde leidingen bij het genootschap nu voorzichtig GEHEEL verwijderen en vervangen door schone en nieuwe kanalen die kunnen wisselwerken en reageren op signalen … !

    DAT KNAPT DE BOEL OP EN BRENGT PAS WARMTE

    JUISTE TECHNIEK EN SPECIALISATIE TOEPASSEN.

    De oude leidingen kunnen ook worden opgerold !

  4. Ik overweeg ook mijn manuscript “Onder mijns Apostels vleug’len uit te geven. Het was jarenlang te lezen op een technisch verloren gegaan forum en had minstens 35.000 “hits” en veel reacties

      1. Over mijn Apostolische jaren (1947-1978) en de enorme invloed van mijn roots op mijn gelukkig goed bestede leven. En over mijn bezoek aan Apostel Slok in Bussum en wat dat teweeg bracht. Hoe ik er mijn eerste grote liefde door verspeelde en hoe moeizaam de wekelijkse huisbezoeken waren van twee “broeders” om mijn socialistisch opgevoede vrouw warm te krijgen voor het “Godswerk”, hetgeen uiteindelijk spilt milk bleek en zonde van de vele vele daaraan bestede avonduren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *