24: Mijn strijd voor erkenning

Uit Apostelkind van R. Doorenspleet, de aangrijpende verhalen op deze site en de conclusies van de Dialooggesprekken doemt het beeld op dat inmenging door het Apostolisch Genootschap in de persoonlijke levens van leden tot 2000 verre van ongebruikelijk was.

Zo werd je geacht toestemming aan de voorganger te vragen als je een andere baan overwoog, een opleiding wilde gaan doen, wilde verhuizen, of als je een partner op het oog had. Vanzelfsprekend meldde je je ook als er problemen waren in de huiselijke sfeer, en dan werd er niet voor teruggedeinsd om daadwerkelijk in te grijpen in het gezinsleven. Met soms verstrekkende gevolgen.

Richard Schippers kan daarvan meepraten. Hij sprak tegenover de Commissie van het Externe Meldpunt over de traumatische ervaringen die hij in zijn jeugdjaren opdeed, en over de gevolgen die dat heeft gehad voor zijn verdere leven.

De excuses van het Apostolisch Genootschap van 11 oktober 2020 gaan hem niet ver genoeg. Hij wil echte erkenning van het sektarische verleden van het genootschap, en voor wat hem en anderen is aangedaan. Want ook goede bedoelingen hebben soms zeer kwalijke gevolgen.

Mijn leven binnen het apostolisch genootschap

Een kort overzicht van mijn jeugdjaren

“Als jong kind (ik ben geboren in 1959) maakte ik deel van een apostolisch gezin en was woonachtig in Breda. Naast mijn vader en moeder maakte mijn 10 jaar oudere broer en een 12 jaar oudere zus deel uit van dit gezin. Mijn vader en moeder waren gelukkig getrouwd en in alle opzichten verweven met het apostolisch genootschap. Zij maakten deel uit van de gemeente Breda. Wat ik mij kan herinneren uit mijn jongste jaren was dat ik in dit gezin warm en liefdevol werd opgevoed. 

Een mislukte medische ingreep bij mijn vader

Mijn vader had in die tijd een verantwoordelijke baan als hoofd van de afdeling chocolaterie bij Jamin te Oosterhout. Toen ik ongeveer 7 jaar was, moest mijn vader worden geopereerd aan een hernia. En tijdens deze operatie sloeg het noodlot toe. Door een fout bij de narcose ontstond er tijdens de operatie door zuurstofgebrek bij mijn vader een zwaar hersenletsel. Door dit zuurstofgebrek was namelijk de rechterhelft van zijn hersenen afgestorven. Hij was 48 jaar, in de bloei van zijn leven maar was na deze operatie en het hierdoor ontstane schade aan zijn hersenen een schim van de man die ik als mijn vader kende. Volledig herstel bleek niet meer mogelijk. Ondanks een zwaar en langdurig revalidatietraject bleef hij gehandicapt en kon uitsluitend nog functioneren in het kader van een soort dagbesteding en met aangepast werk bij een als sociale werkplaats functionerend bedrijf. Deze gebeurtenis had een enorme impact op ons gezin. 

De gevolgen van een desastreuze medische fout

Naast het feit dat hij nog slechts aangepast werk kon doen, was er door het hersenletsel bij hem sprake van enorme stemmingswisselingen die zonder enige aanleiding bij hem hevige emoties ontketenden. De stemmingswisselingen deden zich uitsluitend voor in de thuissituatie maar hadden uiteraard enorme gevolgen op het leven in ons gezin. Zijn extreme emoties konden door hem niet of nauwelijks worden  gecontroleerd en kwamen, vanwege het ontbreken van een aanleiding, volledig onverwacht tot een uitbarsting, met alle gevolgen van dien op ons gezin. Naast ontbreken van een rem op zijn gevoelens was er tevens sprake van geheugenverlies.

Tevens was er door zijn handicap een enorme impact op het gezinsinkomen. Daar waar hij voorheen door zijn verantwoordelijke baan bij een groot en gerenommeerd bedrijf kon beschikken over ruim voldoende middelen om zijn gezin te onderhouden, ontstond er in de nieuwe situatie, doordat hij terug moest vallen op een uitkering, een inkomensval die op geen enkele manier kon worden ondervangen. Vanwege het enorme verlies aan inkomen overwogen mijn ouders, bij de voor de medische fout verantwoordelijke medicus, een schadevergoeding te eisen. Zoals gebruikelijk binnen het AG, wenden mijn ouders zich hiervoor tot de voorganger van de gemeente Breda voor advies. Deze was hoogst verontwaardigd dat mijn ouders dit wensten aangezien dit binnen het apostolisch genootschap nu eenmaal niet werd gedaan. Hierbij was voor deze voorganger mede van belang dat de betreffende medicus een langdurige opleiding achter de rug had, met zijn kennis in de toekomst nog veel mensen zou kunnen genezen en dat het niet zo kon zijn dat door één fout zijn reputatie zou worden aangetast. Hij benadrukte hierbij dat het niet als apostolisch zou worden gezien om een schadevergoeding te vragen. Kennelijk speelde het verlies van inkomen van mijn vader voor deze voorganger geen enkele rol. Nu het hoogst ongebruikelijk was om het advies van een voorganger van het AG te negeren en door de hoge mate van loyaliteit van mijn ouders naar het apostolische genootschap, hebben mijn ouders afgezien van het claimen van een schadevergoeding waardoor het verlies aan inkomen op geen enkele manier kon worden gecompenseerd. 

De financiële gevolgen van een volkomen onjuist advies

Als gevolg hiervan was mijn moeder gedwongen haar uitgaven aanzienlijk te korten en te baseren op dit fors lagere gezinsinkomen. Tevens werd zij gedwongen het karige inkomen deels aan te vullen door te gaan werken. Hierdoor ontstond er voor haar wel een lastig dilemma aangezien zij haar werkzaamheden combineerde met het 4 maal per dag met de auto brengen en halen van mijn vader naar zijn werk, aangezien hij niet meer zelfstandig kon autorijden. Ondanks dat slaagde zij er in om het gezin ook financieel draaiende te houden. Dit betekende echter wel dat er geen geld was om normale kleding aan te schaffen en dat mijn moeder, die in het verleden als coupeuse had gewerkt, ook aan de slag ging om zelf kleding te maken. Deze ook voor mij vervaardigde kleding zag er echter niet uit en hiermee liep ik volledig voor schut met als gevolg dat ik een slachtoffer werd van pesterijen. Daarnaast was er nog geen dubbeltje beschikbaar voor vakanties en deelname aan sportieve activiteiten. 

Waaraan echter niet aan werd getornd was de hoogte van de liefdesaanbieding. Een min of meer verplichte forse financiële bijdrage aan het AG die ondanks het verlies aan inkomen wel door moest gaan. 

Mijn plaatsing in een internaat

De handicap van mijn vader had geen positief effect op mijn leven als kind. In de ogen van vreemden was ik wellicht een lastig kind en door het wegvallen van het vaderlijke gezag werd ik wellicht nog onhandelbaarder. Op basis van de huidige inzichten acht ik het aannemelijk dat mijn gedrag werd veroorzaakt en nu zou worden gediagnostiseerd als ADHD. In mijn jeugd werd dit gedrag echter niet onderzocht laat staan als ADHD gediagnosticeerd. Naar het oordeel van de toenmalige voorganger van de gemeente Breda van het AG, was er door mijn gedrag echter wel aanleiding om in ons gezin te grijpen. Alhoewel er de mogelijkheid voor mij bestond om te gaan wonen bij mijn inmiddels uitwonende zus, werd er op zijn initiatief anders besloten. Hij stond plotseling voor de deur en deelde mij, de kennelijk al met mijn ouders besproken beslissing, mede dat ik vanaf de volgende dag uit huis zou worden geplaatst. Ik was een jochie van 8 jaar. Deze mededeling kwam uiteraard niet alleen als een donderslag bij heldere hemel maar was tevens voor mij een onthutsende ervaring. Van de ene op de andere dag moest ik het mij vertrouwde huis verlaten en inderdaad werd ik de volgende dag opgehaald en voor enkele weken gedropt in een katholieke vakantie kolonie in Vierhouten. 

Na enkele weken werd ik overgeplaatst naar het jongenskamp van het internaat De Eikenhorst te Geeuwenbrug in Drenthe en kwam mijn leven geheel in het teken te staan van overleven. Een kamp waar een ijzeren discipline heerste en je voor het minste of geringste fors werd gestraft. Niet alleen werd ik onderworpen aan het straffe regime dat was gebaseerd op een op een als kadaverdiscipline gebaseerde tucht, maar werd tevens op de enige dag in de week waarin ik wat meer vrijheid had (de zondag) als jong kind verplicht om naar de gemeente van het AG te Bovensmilde te fietsen voor het bijwonen van de eredienst. Een gemeente die was gelegen op een afstand van 18 kilometer van het internaat waar ik woonachtig was en die ik geheel zelfstandig door weer en wind op de fiets moest afleggen. Naast deze verplichting was er geen enkele aandacht uit deze gemeente en maakte ik geen deel uit van de jeugd samenkomsten die destijds, naar ik aanneem, op de vrijdagavond en op zaterdag plaatsvonden. Het enige positieve aan de bezoeken aan de eredienst in Bovensmilde was, dat ik na deze diensten mee mocht met de priester en zuster Blomsma waar ik mocht mee-eten voordat ik in de middag weer naar het internaat fietste.  

Mijn dagen in het internaat werden slechts onderbroken door een aantal feestdagen die ik mocht doorbrengen in het gezin van mijn zus. Hieraan koester ik warme herinneringen. In het internaat ben ik gebleven tot mijn 14e jaar en heb er dus 5 jaar in doorgebracht. Het vergt weinig verbeeldings-kracht om te bedenken dat de door mij in het internaat doorgebrachte jaren tot op de dag van vandaag als traumatisch worden ervaren. Deze traumatische herinneringen zullen ongetwijfeld mede verband houden met en zijn versterkt door mijn verlatingsangst. Daarnaast speelde ook dat ik een autoriteitsprobleem had en door mijn gebrek aan vertrouwen in mensen als snel in een conflict-situatie terecht kwam. 

Mijn terugkomst in het gezin

Uit de periode na mijn terugkomst in het gezin van mijn ouders, heb ik nog een andere heftige herinnering. Ten tijde van mijn terugkomst uit het internaat had ik de leeftijd van een puber. Na mijn terugkomst in het gezin bracht ik veel tijd met mijn moeder door in de keuken aangezien ik had ontdekt dat ik grote affiniteit had en het reuze interessant vond om te koken en te bakken. Mede hierdoor ontstond er een vertrouwelijke band tussen mij en mijn moeder. Het was in deze periode dat mijn moeder, ondanks mijn relatief jonge leeftijd, mij vertelde dat ik niet gek moest opkijken dat zij er niet meer zou zijn op het moment dat ik op mijzelf zou wonen. Alhoewel ik op een leeftijd was dat ik de inhoud van deze boodschap nog niet goed kon doorgronden, realiseerde ik mij wel dat mijn moeder door de jarenlange zorg voor mijn vader zich volledig had weggecijferd. Hierdoor en door haar werkzaamheden om het gezinsinkomen op peil te houden was zij volledig aan het einde van haar latijn. Zij was op en werd kennelijk ook geplaagd door depressieve gevoelens. Hierbij speelde ook mee dat zij ook veel lichamelijke klachten had gekregen. 

Het schrijnende was dat ons gezin vanuit het apostolisch genootschap, ondanks dat zij op de hoogte waren van haar situatie, geen enkele hulp kreeg. Hierbij is tevens van belang dat het binnen het AG volkomen ongebruikelijk (en zelfs raar) was en dus werd ontraden om externe professionele psychische hulp te vragen, terwijl deskundige hulp in haar situatie wel degelijk noodzakelijk was. Als reden hiervoor werd aangevoerd dat apostolischen hun zielenarts hadden in de persoon van de apostel die immers kennis droeg van de ‘levenswetten’. Ondanks deze noodzaak heeft zij hiervan, mede door haar loyaliteit aan het AG,  nimmer gebruik gemaakt van professionele hulp. Ook vanuit haar familie kreeg zij geen steun. Achteraf gezien was zij al jaren zwaar overspannen. 

En weer sloeg het noodlot toe

Mede door mijn traumatische jeugdervaringen kon ik niet meer functioneren op de middelbare school en moest al op mijn 15e jaar van school af om te gaan werken in een leer en werk traject. Ook binnen het gezin van mijn ouders was ik niet meer te handhaven en mede als gevolg hiervan ben ik vanaf mijn 19e jaar zelfstandig gaan wonen. Hierbij speelde ook nog het feit dat alle familiever-banden met mij werden verbroken toen ik mij op 18 jarige leeftijd niet liet confirmeren. 

Op dat moment sloeg het noodlot weer toe. Op een zondagmorgen belde mijn broer aan met het verschrikkelijke bericht dat mijn moeder zelfmoord had gepleegd. Ongetwijfeld was deze zelfmoord veroorzaakt door haar zware leven mede als gevolg van de voor haar heilige trouw aan het huwelijk met mijn vader en door het volledig ontbreken van enige hulp hierbij. Hierdoor hadden vrijwel zeker de depressieve gevoelens de overhand gekregen en kon zij het leven niet meer aan waardoor zij geen andere uitweg meer zag. Naar mij oprechte mening ligt aan haar verschrikkelijke keuze mede ten grondslag dat zij vanuit het AG geen hulp ontving, terwijl het inroepen van externe professionele hulp door het genootschap principieel werd uitgesloten. Ik ben er, nu na 43 jaar, van overtuigd dat zij dit besluit niet zou hebben genomen als er gebruik kon worden gemaakt van professionele externe hulp. 

Juist in deze verdrietige situatie wreekte zich het feit dat mijn familie alle banden met mij hadden  doorgesneden. Ik moest dit verdriet ik mijn eentje verwerken en had niemand met wie ik dit kon delen.  Tot op de dag van vandaag kan ik dit verdriet geen plaats geven en dat geeft mij een machteloos en boos gevoel. 

Het leven in het AG en de gevolgen hiervan

Bovenstaande gebeurtenissen hebben gemeen dat deze voor een groot deel zijn veroorzaakt door de ingrepen en de invloed van het apostolisch genootschap op mijn ouders in de jaren dat ik de leeftijd had van een kind en als jong volwassene. De min of meer afgedwongen adviezen en ingrepen vanuit het apostolisch genootschap, hebben grote negatieve gevolgen gehad op het leven van mijn ouders en op mijn leven. Vanuit de visie van het AG hadden mijn ouders en ik als kind hierin immers geen enkele zeggenschap over en dat was kennelijk gebaseerd op de gedachte dat de apostel binnen het AG meende te beschikken over ‘eigendomsrechten’ over de leden. Nu mijn ouders totaal verweven waren met het AG en daardoor niet meer zelfstandig konden beslissen over de gevolgen van de hen overkomen ingrijpende gebeurtenissen, waren zij overgeleverd aan de veelal amateuristische en totaal verkeerd uitgepakte adviezen en ingrepen vanuit het AG. Ik verwijt het AG dan ook dat zij verantwoordelijkheid dragen voor deze gevolgen waardoor ik, naast de erkenning van deze desastreuze adviezen en ingrepen van het AG, gecompenseerd wil worden voor de hierdoor ontstane schade. 

De reactie van het apostolisch genootschap

Ik heb gemeend om in het najaar van 2020 hiervoor aandacht te vragen bij het AG. Tijdens een gesprek met de heer Wiegman, bestuursvoorzitter van het AG, heb ik dan ook verzocht om een ‘liefdesaanbod’. Ik werd echter door hem nadrukkelijk doorverwezen naar het extern meldpunt van het AG, wat toen nog niet bestond, maar wel volgens de heer Wiegman wel bij uitstek geschikt zou zijn voor mij omdat hierin de noodzakelijke professionele deskundigheid en ervaring aanwezig zou zijn bij de beoordeling van verzoeken om civielrechtelijke schadevergoeding.  Ik heb destijds echter niet verzocht om een civielrechtelijke schadevergoeding maar om een ‘liefdesaanbod’. Na de oprichting van dit meldpunt heb ik, tijdens een tweede gesprek in januari 2021 met de heer Wiegman en in aanwezigheid van de heer W (lid van het AG, en oprichter van het Externe Meldpunt), benadrukt dat het meldpunt niet zou kunnen voorzien in het door mij verzochte ‘liefdesaanbod’. Desondanks stelden deze heren dat ik mij voor een vergoeding moest aanmelden bij dit meldpunt vanwege de daar aanwezige expertise. Overeenkomstig dit ‘advies’ heb ik mij aangemeld bij het meldpunt en heb ik in aanwezigheid van de heer W mijn verhaal aan de adviescommissie van de meldpuntregeling AG toegelicht. De aanwezigheid van de heer W hield verband met het feit dat hij kon bevestigen dat hetgeen mij is overkomen daadwerkelijk was gebeurd, wat hij tijdens het gesprek met de adviescommissie ook heeft gedaan. 

Mijn inschatting is echter uitgekomen aangezien het meldpunt het niet opportuun vond om “een concreet bedrag te adviseren aan het bestuur”. Dit heeft er wel toe geleid dat het AG mij heeft gecompenseerd in de vorm van een financiële vergoeding voor de geleden (immateriële) schade (smartengeld). Compensatie voor de werkelijk geleden materiële schade wordt echter ondanks verzoeken daartoe stelselmatig en in keiharde bewoordingen afgewezen met een verwijzing naar de civiele rechter waarbij het AG bij voorbaat een beroep doet op verjaring. 

Tot tweemaal toe heeft de heer Wiegman mij hierover bericht. Vanaf eind april 2021 kreeg is echter reacties van de secretaris van het bestuur van het AG. Hierin werd mij te kennen gegeven dat ik uitsluitend een gesprek zou kunnen krijgen met de heer W, die namens het bestuur en in aanwezigheid van de advocaat van het AG zou kunnen plaatsvinden. Tijdens dit gesprek zou het standpunt van het bestuur van het AG dan worden toegelicht. Hiervan heb ik geen gebruik gemaakt om reden dat de heren Wiegman en W tot tweemaal toe mij hebben verwezen op het meldpunt en mij min of meer hebben gedwongen daar mijn schade aan te melden. Nu geven ze niet meer thuis en laten mij stikken met de door mij geleden schade die door mij op zeer schappelijke wijze is bepaald. Ik ervaar dit als een dolksteek in mijn rug en met deze handelwijze laat het AG haar ware aard zien en dat het hen helemaal niet te doen is om tegemoet te komen aan materiële schade. Een schandalige streek waarvoor ik met name de heren Wiegman en W verantwoordelijk houd.  Het blijkt dus dat je niet bij deze heren van het AG terecht kunt voor een op redelijke gronden bepaalde schadevergoeding die veroorzaakt is door de onrechtmatige ingrepen door of namens het AG (waaronder seksueel misbruik) in de persoonlijke levenssfeer van gezinnen en personen. 

Conclusie van bovenstaande ervaringen

Mijn conclusie is dan ook dat het AG op geen enkele wijze oog heeft voor het leed en de pijn die door haar handelen is veroorzaakt en dus ook geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor de schade die door of namens het AG is veroorzaakt. Al met al ben ik dan ook van oordeel dat niet alleen het ingrijpen in het persoonlijke leven van mijn ouders en mijzelf schandalig is, maar ook de gang van zaken die ik heb ervaren nadat ik mijn schade had geclaimd bij het AG. 

Mei 2021

Richard Emiel Schippers”

18 reacties op “24: Mijn strijd voor erkenning

  1. Iedere keer word ik weer getroffen door jouw levensverhaal.
    Ik vind het daarom ook onbegrijpelijk dat Dhr Wiegman, deze zaak niet op een fatsoenlijke manier heeft gecompenseerd. Dat terwijl hij tijdens het laatste gesprek, dat je/we met hem hadden, duidelijk heeft aangegeven dat hij dat wel wilde doen, maar zelf niet genoeg op de hoogte was van de bedragen die gelden voor onrechtmatige opsluiting. (Momenteel ongeveer 100 euro per dag). Hij wees er tijdens dat gesprek op, dat de inmiddels in het leven geroepen commissie, daar wel verstand van heeft. Er zit tenslotte een voormalig rechter, een advocaat en een psychotherapeut in de commissie.
    Jammer dat de commissie niet de ‘guts’ had om het bedrag wat tijdens het gesprek naar voren kwam, voor te leggen aan het bestuur. Dat zou misschien toch het gevoel gegeven hebben, dat je door de commissie en bij toekenning van het bedrag door het bestuur, erkenning is voor het leed wat jou tijdens je leven is aangedaan.

  2. Lieve Richard, ik kende je verhaal natuurlijk. Er is veel overlap met het mijne. Ook ik word door Bert Wiegman gedwongen de meldpuntroute te lopen, als zou dat de beste plek zijn hiervoor. Maar wij weten allemaal dat het het genootschap niet gaat om de toegezegde ruimhartigheid. Dat kost geld, en dan gaan de leden morren (doen ze nu al). Wat voor het gemak daarbij word vergeten is dat het enorme vermogen van het genootschap net zo goed door jouw en mijn liefdesaanbieding en die van onze ouders en grootouders is opgebracht. Dit alles gaat niet of zou niet moeten gaan over civiele aansprakelijkheid, maar over morele. Voor een genootschap dat zégt liefde in de praktijk te willen brengen, en te werken aan een menswaardige samenleving, heeft ze bijzonder weinig oog voor de direct door haar veroorzaakte pijn en ellende, die levens heeft ontwricht, en is de verantwoordelijkheid die ze neemt met het meldpunt echt minimaal. Geen actief opzoeken leden, slechts een jaar toegankelijk, terwijl duizenden ex-leden niet eens op de hoogte zijn van het bestaan. Het argument van de AVG (geen adressen meer) is uiteraard bizar, enkele gerichte advertenties in dagbladen zouden dat probleem direct oplossen. Daarnaast zijn de bedragen die de commissie mag uitkeren van het genootschap nog niet in staat een fractie van de soms heftige materiële schade te vergoeden, laat staan de immateriële.

    Het is triest, ik heb er geen andere woorden voor. Ik wens je heel veel sterkte bij je verwerking. Dat zal door dit alles niet makkelijker gemaakt zijn. Gelukkig werkt het genootschap aan praktisch toegepaste zichtbare liefde. Stel je voor hoe we er anders aan toe waren geweest.

  3. Alweer zo’n opsomming van ontzettend stomme adviezen door slaafse adviseurs. Hoe konden mensen zich verbeelden, dat zij zich boven de echte professionals konden plaatsen. Een zeer ernstige misstand. Helaas kan een vergoeding van welke aard dan ook dit leed niet ongedaan maken. Hoop, dat je die kracht in jezelf boven kunt halen.

  4. Richard wat een verhaal, mijn maag draait om. Knap dat je hier toch bovenuit bent gekomen. ik kan me de voorganger van die tijd wel herinneren. Ik was in Breda in 1965/66 in militaire dienst en na een(1) gesprek met hem dacht ik daar moet ik niet meer naar toe. Wat een dogmatisme, eigengereidheid en alwetendheid. De huidige reactie van W en W slaat ook nergens op en maakt jouw gemoedstoestand er niet beter op. Ik wens je alle kracht en sterkte toe. Probeer te werken aan je eigen vrede, want het “mijn vrede geef ik u…” van het Apgen slaat nergens op.

    1. Soms heb je geen woorden Richard, maar ik voel het tot in mijn tenen. De ongekende ondeskundige bemoeienissen bij velen van ons en bij jou in het bijzonder. Helaas is dit verhaal geen uitzondering geweest. Knuffel van mij

  5. Ach , Richard Emiel Schippers ik hoop dat iedereen jouw verhaal leest. En dat iedereen jou gaat begrijpen. Ik weet dat er een groot aantal mensen zijn die jpu kennen en ook wat alle achtergrond is, maar nu het openbaar is kunnen ook de mensen die vaak vragen naar het waarom, de tijd nemen om er echt over na te denken.
    Ik hoop nog steeds dat je gehoord en begrepen wordt en dat je de excuses en compensatie uit echte liefde gaat ontvangen, en dat er een eind komt aan deze grote poppenkast. Lieve Richard, ik gun je alle liefde en respect van iedereen, van exleden maar zeker ook van alle huidige leden, van de broeders W. en W. en dat het nu eens vanuit hun gaat komen om jpu de erkenning te geven die jij toekomt. Je hebt alles gedaan wat zij jpu beloofden……laten zij dan nu eens vanuit hun hart laten zien , wat apostolisch zijn in het NU betekent. Zodat ook iedereen kan zien : we zijn veranderd , en zeker in POSITIEVE zin. Dat hoop ik van harte.

  6. Oh Richard, eindelijk dan hier ook jouw verhaal. Weer komt bij mij de woede boven om wat veel gezinnen/families is aangedaan. Die verregaande bemoeienis van ondeskundigen met gezinssituaties. Situaties waar deskundige hulp had moeten worden ingeroepen. Maar nee, dat deed je niet. Je had toch de Apostel! Nee, er werd geadviseerd door mensen die handelden in de overtuiging het goede te doen. Maar in werkelijkheid heel veel ellende veroorzaakten. Hopelijk laten diegenen die nu aan de touwtjes trekken hun hart inplaats van hun hoofd spreken. Laat Liefde zegevieren, toch?

  7. Lieve Richard, het is allemaal om te huilen.
    Jouw tranen kunnen zo niet opdrogen en daarvoor is het AG verantwoordelijk. Ik hoop op een betere uitkomst voor jou!

  8. Jouw levensverhaal en de samenhang ervan met het Apostolisch Genootschap laten zien hoe verschrikkelijk het uit de bocht kan vliegen als een mens zichzelf tot God verheft en duizenden weet te betoveren met zijn sprookjes…
    Elk hart moet toch wel janken bij de gedachte aan dat 8-jarige jongetje dat van de ene op de andere dag in een internaat terecht komt…
    En elke zondag in zijn eentje 36 kilometer moet fietsen vanwege die kutkerk, die geen kerk wil heten en dat natuurlijk ook niet is omdat het een sekte pur sang is, met alle zieke kenmerken van dien. Ik zou alsnog zo’n voorganger van Breda van destijds wel aan zijn haren erbij willen slepen, zo boos wordt ik als ik het allemaal (weer) lees.
    “Maar ze hadden allemaal zulke goede bedoelingen”…
    NEE NEE NEE het waren kapotmakers, sektarische achternalopers, volgers van een zichzelf verheerlijkende narcist, een goeroe die meer kapot heeft gemaakt dan Wiegman ooit zal gaan toegeven. Het Apostolisch Genootschap van vandaag heeft een ereschuld aan velen. Maar aan jou wel bijzonder. Het lijkt me goed dat ze het gecumuleerde vermogen dat uit de zakken van ONZE ouders en grootouders afkomstig is, gaan inzetten voor de slachtoffers van hun zieke systeem!

  9. Wie in de plaatsen van samenkomst nog altijd actief deelneemt aan de activiteiten, baalt er misschien wel verschrikkelijk van dat het Apostolisch Genootschap door de buitenwacht nu al langer dan een jaar telkens opnieuw in een minder fraai daglicht wordt geplaatst. Plastisch beschouwd: hoe fijn is dat? Níet fijn! Of het echt een geruststelling is, weet ik niet, maar: ik kan dat heus wel kan invoelen. In de Nieuw-Apostolische Kerk raakte het mijzelf óók als ogenschijnlijk derden lichtvaardig oordeelden. Bovendien was mij als catechisant voorgehouden: “Jullie beseffen wat wíj mogen bezitten, maar anderen beseffen niet wat zíj missen.” Dus: waarom puur dat pessimisme? Zeker als jezelf part noch deel aan iets hebt. En méér wellicht nog als het erop lijkt dat de kritiek door de actualiteit al achterhaald is.

    Sinds ik in de jaren ’90 kennisnam van de kritiek waarmee de nieuw-apostolische kerkleiding toen in het publieke domein ongezouten de waarheid werd gezegd, heeft het nog ruim 10 jaar geduurd voordat het tot mij doordrong dat er in mijn kerk echt iets goed fout zat; ondanks allerhande initiatieven waarmee er al werd toegewerkt naar openheid, maatschappelijke relevantie, transparantie, enzovoort. Als ik daarop terugkijk, kan ik er spijtig genoeg niet omheen dat ik destijds de clou niet snapte. Wat niet goed was betrof andere zaken! Enerzijds speelden bij de kerkleiding misplaatste pretenties, maar het ergste was dat de bestuurders er dubbele agenda’s op nahielden. Ze grossierden in mooie woorden, ze benoemden vrienden in spilfuncties, dekten elkaars fouten toe en ze maakten overal goede sier.

    Zoiets zie je pas als je de tijd neemt dat heel aandachtig te bekijken. Terwijl “de onwetenden” in wat voor hen “het Werk Gods” inhield, constant met “offers van tijd en van geld” loyaal over de brug kwamen en alles deden om “hogere verantwoordelijke leidinggevenden” te “ondersteunen”, werd er op het hoogste niveau in de organisatie heel geraffineerd stiekem vals gespeeld. In binnen- en buitenland. Al vanuit een ver verleden hadden de boosdoeners een soort van tweede natuur ontwikkeld die gaandeweg geheel vergroeid was met hun persoonlijkheid. Moeiteloos schakelden ze met twee of meer gezichten tussen werelden van verschil, afhankelijk van elke situatie. Het werden slangen in (zwarte) pakken; kwelgeesten voor zielen die onraad proefden en vragen stelden. Die werden dus “kaltgestellt”.

    Terugkomend op het Apostolisch Genootschap. Wat kan er in ’s hemelsnaam op tegen zijn om recht te doen aan -let wel- slachtoffers?

    Helaas wringt op het ogenblik juist daar de schoen. Met opzet hield ik mij vorig jaar op de vlakte toen er naar aanleiding van het boek van Renske Doorenspleet ook wel reacties naar buiten kwamen van ApGen-prominenten. Sommigen begrepen wel dat erkenning van het leed voor slachtoffers cruciaal is in het licht van hun traumaverwerking. Dus ApGen-bestuur, het kan amper moeite kosten om daar liefst een beetje snel een serieuze tekst aan te wijden. Aldus geschiedde. Maar ja, allengs zwol onder de bedrijven door de kritiek alom aan. Aan de inmiddels gecommuniceerde mooie woorden ontbraken nog de bijbehorende mooie daden. De tijdsdruk nam voelbaar toe, net als waarschijnlijk intern de irritatie over allerwegen vernietigende oordelen. Een ongelukkig gesternte voor een meldpuntregeling…

    Ik vind dat er een gigantische kans (die er wel degelijk nog is) wordt gemist indien de voorliggende regeling niet snel wordt aangepast.

    Hoe dan? (…) Laat ik eerst dít zeggen: de uiteenzettingen van Robin Brouwer illustreren een zorgelijke besluiteloosheid bij het ApGen. De geleerden zijn het er zeker niet over eens hoe de organisatie midden in de vaart der volken alsnog hoog kan worden opgestoten – conform de aloude ambitie van Lambertus Slok. Het draagvlak daarvoor lijkt het ApGen te zijn ontvallen. Wat nú met de ultieme Liefde? (…) Zullen wij er niet omheen draaien? De zuiverheid van wat in het verleden mocht doorgaan voor Liefde was niet optimaal. Verre van. Liefde bij het ApGen was namelijk ál te zeer aan voorwaarden gebonden; aan “liefdesaanbiedingen”, om maar één voorbeeld te noemen. Het gekunstelde verstikkende klimaat wat er ontstond en waarin de een zich staande hield maar de ander niet, moet worden gelucht!

    Heb je geld, dan doe je won­de­ren, zo wordt gezegd. Wij zagen het bij de leerstoel, het jubileumjaarboek en de -gekochte- dissertatie. Het is maar net waar de prioriteiten liggen. Bij de high society, bij andere reclamestunts en last but not least bij een paar slachtoffers? Hoe geloofwaardig wil je zijn? De crux is spijtig genoeg dat Lambertus Slok ongestraft bij anderen afdwong wat hijzelf niet waarmaakte. Degenen die daardoor het kind van de rekening werden, kloppen nu aan! Is er in de oude herberg inmiddels plaats voor gerechtigheid? Of handelt men nog altijd alleen uit berekening? Dus: kunnen wij nog wat met die man of die vrouw in “ons Werk” en zo ja, wat hebben wij daar dan voor over? Of: wat brengt het onszelf als we het goed maken met deze of gene? Mijn advies in dezen: make love – not war.

  10. Het wordt niet opportuun gevonden :

    Komt niet gelegen, is niet “PASSEND” !

    OPPORTUNISME is nl. heilig verklaard + Voorbehouden aan bestuursleden …

  11. Ik kan niet onder woorden brengen wat ik voel, onmacht, radeloosheid… Hoe bestaat het toch dat ik mij mijn leven heb vergist, in iets wat ik met mijn hart volgde… Compassie, medeleven, onvoorwaardelijke liefde enz. Enz. allemaal woorden… Leeg als je er geen inhoud aangeeft….want als je niet in het straatje past…. Het spijt mij heel erg dat voor jou het recht niet zegevierde, heel erg,
    Je hebt al veel kracht in jezelf gevonden, jij vind je parel in jezelf echt wel, liefs Jos

  12. Ik heb jouw verhaal elders eerder gelezen, maar het vliegt me weer aan. Wat een treurige jeugd, wat een stupide ondeskundige diep-ingrijpende adviezen en acties van zo’n herder. Ik hoop dat de erkenning van jouw leed en dat van vele anderen er gaat komen. Dat het ag durft te erkennen dat het een sekte was met kwalijke praktijken. Maar er is nog een lange weg te gaan, vrees ik. De commissie heeft een zware verantwoordelijkheid, de vele verhalen gehoord hebbend. Ik hoop dat zij hun nek durven uitsteken richting het bestuur van het ag.

  13. Allereerst dapper dat je je verhaal deelt. Maar dan de afhandeling, daar zet ik mijn vragen bij. Voor mij is het nog niet helder wat er mogelijk is en hoe dat wordt aangepakt, zelf nog wachtende in de rij. Maar ik heb wel een paar aannames die ik doe op basis van de website extern meldpunt van het apgen.

    Bij een diagnose, die je zelf zegt te kunnen krijgen (mogelijk ADHD), mag je aanspraak maken op een groter bedrag. Zie artikel 34 uit de regeling (waar het standaard bedrag van 2500 euro en een max van 5000 euro staat genoemd in geval van een diagnose). Maar dan moet je wel een diagnose hebben en dat label heb je niet, maak ik hier uit op.

    En volgens artikel 43 kan ook een andere vorm van tegemoetkoming gekozen worden (mondeling is mij verteld dat er ook andere zaken mogelijk zijn en hogere bedragen mits dit duidelijk gemaakt kan worden). Welk bedrag dan ook is een schijntje van de werkelijk geleden pijn en zal ook nooit voldoende zijn voor jou.

    Maar voor mij is onduidelijk wat je aan liefdesaanbod hebt aangevraagd. Dat je gekwetst bent is overduidelijk en ook over de gang van zaken bij het meldpunt en de afhandeling daarna. Maar wat is je liefdesaanbod geweest waarover je hier spreekt? Is dat een aai over je bol of een bedrag per dag? Een civiele procedure is welhaast onbegonnen werk. Dat de commissie geen voorstel kon doen over een concreet bedrag is dat omdat zij geen voorbeeld weten waarmee ze kunnen rekenen? Mij is uitgelegd dat je je kosten moet kunnen aantonen, in de vorm van ziektekosten, inkomensderving, therapiekosten, medicatiekosten. Heb je daar voor de anderen die nog volgen tips voor?

    Het lijkt mij dat niemand uit komt met 2500 euro aan simpele kosten aan hulp en bijstand. Gezien de bizarre omstandigheden en het extreme leed dat dit bij velen heeft veroorzaakt niet te overzien is. Is er in jouw geval ook een optie om het internaat aan te klagen voor de mishandeling?

    Het apgen kan zich beroepen op verjaring en de geste dat ze deze regeling toch heeft menen op te zetten. Maar de bedragen zijn niet te vergelijken met regelingen elders, bijvoorbeeld die van het Leger des Heils (vergoedingen van max 50.000 euro).

    Misschien kan door alle informatie te verzamelen nu van de huidige slachtoffers een dossier worden opgebouwd door het extern meldpunt en dan de noodzaak voor een veel ruimhartigere regeling opgetuigd worden. Wat is je advies aan allen die volgen in de rij bij het meldpunt?

  14. Ach Richard weer een schrijnend geval van ondeskundige hulp vanuit het gezag van de sekteleider.

    Natuurlijk hadden je ouders de arts moeten aanklagen. Er is geen enkele arts zonder fouten. Vaak met lichte gevolgen, maar soms ook met zeer ernstige gevolgen. Daarvoor zijn artsen en is het ziekenhuis verzekerd. Dat weet de arts Bert Wiegman ook.

    Het was misdadig van de voorganger om een jongetje van 8 naar een opvoedingsgesticht te sturen. Ik weet zeker dat als de voorganger er zijn best voor had gedaan hij in de gemeenschap Breda wel een gezin had kunnen vinden die jou liefdevol een goede begeleiding hadden willen geven.
    Maar je was gekwalificeerd als lastig en de makkelijkste weg was om je uit naam van de apostel naar een strafkamp te sturen.

    Ik ben er niet zo zeker van of een dergelijke handelwijze verjaart. Maar het getuigt niet alleen van een ondeskundigheid, maar bovendien van een onmenselijke liefdeloosheid. Maar ja, daar moet je dan ook apostel voor zijn.

    Dat is ook mijn ervaring geweest en nu weet ik uit jouw verhaal dat Slok III geen haar beter is dan Slok I en II.

  15. Ik realiseer me ineens dat Berry Brand, die dat dikke boek ‘Nieuw licht op oude wegen’ met subsidie van het AG heeft geschreven, toen ook in Breda heeft gevolgd en dus jullie drama van dichtbij heeft gevolgd. Hij kan ook nieuw licht op deze oude geschiedenis werpen. Misschien kan hij de nieuwe apostel op andere gedachten brengen. Dan kan hij bewijzen dat er nieuwe wegen zijn ingeslagen.

    Ik heb daar echter geen vertrouwen in. Nadat ik 35 jaar geleden uit het AG ben geschopt, kijk ik er zo naar:
    We waren lid van een sekte waarin we werden gehersenspoeld.
    Die hersenspoeling blijft doorwerken bij broeders en zusters, dienenden en de apostel.

    Daardoor kan er in het genootschap niets veranderen.

    Ik heb liefde ervaren van broeders en zusters, maar nooit van de sekteleider.

  16. Liefdesaanbod?! Hebben ze dat zo genoemd? Het is een blijft toch echt een sekte.

    Allemachtig. Wat is het toch een immens verdrietig en dramatisch verhaal. In alle opzichten. Het zou ze meer dan sieren als ze je niet meer lieten bungelen. Hoe moeilijk is het om de meest schrijnende geschiedenissen persoonlijk en netjes af te handelen? Zodat geleden leed ook van die kant een heel klein beetje gecompenseeerd wordt. Eindelijk wat daden ipv al die woorden. Dat zou een echte daad van liefde zijn. Naar buiten toe nog steeds een mooi beeld creëren, maar daar waar ze het verschil kunnen maken laten ze het afweten. Ik had je heel hard een andere uitkomst gegund.

    Ik wens je heel veel wijsheid en liefs.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *