Palen in het water

Wij zijn er voor Slok

Apostelkind

Er is al heel veel gezegd en geschreven over de inhoud van het boek ‘Apostelkind’ en het radio-interview met Renske Doorenspleet. Duidelijk is dat door velen de hierin vertelde ervaringen van Renske Doorenspleet worden herkend. Kennelijk blijkt hieruit dat de periode die zij beschrijft binnen het Apostolisch Genootschap, is gebaseerd op gedeelde ervaringen.

Maar deze ervaringen zijn divers en bestrijken een veelheid van aspecten. Eén van de aspecten die ik wil belichten is het machtsstreven van Slok sr.

Dictatuur

Wat mij opviel in het interview dat Renske Doorenspleet gaf over het verschijnen van haar boek was, dat zij vanuit haar achtergrond als politicoloog de uitwerking van het apostolische gedachtegoed, over de periode die zij van het Apgen beschrijft, kwalificeert als fascistisch.

Verder refereert zij in haar boek veelvuldig aan de dictatoriale leiding van Slok sr. en zijn voorkeur voor een dictatoriaal bestuur. Slok sr. ging hierbij zelfs zo ver dat hij een dictatoriaal bestuur, los van misdaden van dictatoriale leiders als Hitler en Mussolini, beschouwde als de beste vorm van bestuur die de samenleving eenvoudig niet ontberen kan.

Democratie was een bedreiging

Daartegenover stond dat hij een bestuursvorm gebaseerd op democratie beschouwde als een grote bedreiging voor Nederland in het algemeen en het Apgen in het bijzonder. Het dictatoriale leiderschap van Slok sr. hield ontegenzeggelijk verband met het feit dat hij in de positie verkeerde waarbij hij alleen en zelfstandig de volledige zeggenschap had binnen het Apgen.

Ongetwijfeld valt een deel van zijn charismatische gezag hiertoe terug te leiden en vanuit die positie riep hij de leden van het Apgen op tot een volledige overgave. Deze overgave werd door zijn rol als charismatisch leider door veel deelnemers van harte gesteund. Vanuit deze positie valt wellicht te verklaren dat de apostelrol langzaam kenmerken ging vertonen van zelf-vergoddelijking, aangezien hij niets te dulden had van een boven hem gestelde autoriteit.

Door Renske Doorenspleet wordt deze gang van zaken duidelijk beschreven in haar boek. Ook beschrijft zij in haar boek uitgebreid tot welke gevolgen deze ontwikkeling zou leiden. Van belang hierbij was het feit dat het door hem gelanceerde religieuze ideaal, vastgelegd in de slogan: ‘Wij zijn er voor god’, het begin was van een missie waarin hijzelf centraal stond en zou leiden tot een cultische verering.

Een cultus rond zijn persoon

Hij creëerde een cultuur waarin alles in het teken stond van zijn persoonlijke rol als apostel en binnen de hiërarchische organisatie van het ApGen stond alles in het teken van zijn machtspositie en het consolideren hiervan. Dit kwam bijvoorbeeld tot uitdrukking in de intensieve jeugdverzorging die is geïntroduceerd in de jaren 70. De aanleiding voor deze intensieve jeugdverzorging moet immers worden gezocht in de vermeende aantasting van de machtspositie van Slok sr. aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70.

De reactie van Slok sr. op de vermeende opstandigheid van de jeugd in de confirmatieleeftijd, zoals dit tot uitdrukking kwam in kritiek en uiterlijkheden die veroorzaakt werden door de opkomst van de jeugdcultuur, vormden voor hem kennelijk een gevaar vanwege de mogelijke aantasting van zijn machtspositie. Deze jonge mensen werden door hem beschouwd als dwarsliggers en met hen zocht hij regelmatig de confrontatie waarbij zij, zonder tegenspraak aan te bieden, werden beschuldigd van een gebrek aan erkenning en liefde voor Slok sr.

Gehoorzaamheid opeisen

Duidelijk is dat Slok sr. stevig vasthield aan zijn ideeën over dictatuur en de door hem geëiste gehoorzaamheid. Hij bood geen enkele ruimte voor inspraak en stond totaal niet open voor de wijzigingen in de maatschappelijke omstandigheden die hadden geleid tot het ontstaan van een jeugdcultuur. De handelwijze van Slok sr. kan dan ook niet anders dan worden verklaard vanuit zijn expliciete voorkeur voor een op dictatoriale wijze besturen van het ApGen.

Een dergelijke kwalificatie draagt in zich dat men niet automatisch kan terugvallen op gedeelde betekenissen. Als men dan niet in staat is om goed na te denken over de betekenis van bepaalde gebeurtenissen, leidt dit vrijwel zeker tot een gebrekkige oordeelsvorming. De crisis waar Slok sr. het Apgen in manoeuvreerde, kan hem dan ook volledig worden aangerekend aangezien hij onwrikbaar heeft vastgehouden aan achterhaalde denkbeelden. Hij heeft zich kennelijk ook nooit afgevraagd of zijn gedragingen schade veroorzaakte en zich dus kennelijk ook niet de vraag gesteld of deze gedragingen moreel aanvaardbaar waren.

Moraliteit

Het gebrek aan moraliteit op dit aspect is kenmerkend voor Slok sr. aangezien hij als aanhanger was van een ideologie waarbinnen hij overtuigd was van het feit dat hij en hij alleen over de waarheid beschikte. Een ideologie die er op was gericht om de pluraliteit uit te wissen en daarmee het veelvoud van menselijke perspectieven op de werkelijkheid. Binnen deze ideologie is er geen ruimte om de wereld te beschouwen vanuit de werkelijkheid en hierbij werd de waarheid van Slok sr. gebruikt om zijn wil op te leggen als het enige juiste. De bedenkelijke motieven die ten grondslag liggen aan de hemzelf veroorzaakte crisissfeer getuigen dan ook niet van een aanvoelen dat is gebaseerd op menselijke waardigheid en pluraliteit, maar zijn er wel de oorzaak van dat velen door hem voor het leven zijn beschadigd.

Jack van Splunter

Het radio-interview voor Het Spoor Terug is hier terug te luisteren: https://www.nporadio1.nl/ovt/onderwerpen/56598-2020-04-05-het-spoor-terug-apostelkind

14 reacties op “Wij zijn er voor Slok

  1. Goed verwoord. Het is altijd moeilijk om aan “buitenstaanders” uit te leggen wat er gebeurde in het AG. Dat zegt Renske Doorenspleet in het interview ook. En toch moeten we dat beslist blijven doen. Deze tekst helpt daar enorm bij!

  2. Interessant verhaal. Ik ben me aan het verdiepen in o.a. ‘Psychologisch misbruik’ en dit alles past er zo in. Dank je voor je bijdrage ??

  3. Wat een duidelijke uiteenzetting! Als een buitenstaander nu aan mij vraagt waar het allemaal over gaat, weet ik het antwoord! Lees naast ‘Apostelkind’ ook dit verhaal!

  4. Zo was het , goed geschreven.
    In mijn hoofd zit de zin van een lied “is wat ik doe niet goed niet rein , zijn m’n gedachte eng en klein, gaat gij in het goede spoor” dit heeft mijn zelfvertrouwen een levenslange deuk gegeven.

  5. Ik herinner me dat ik toen ik een jaar of 25 was ook wel voordelen zag in een verlicht despoot voor Nederland. Dan zou je niet meer van die sukkels hebben als Van Agt en Lubbers. Dankzij dit stuk snap ik waar dat vandaan kwam. Tegelijkertijd was ik in de jaren 80 ook erg links en sympathisant van de kraakbeweging en dergelijke. Dit is voor mij weer een voorbeeld van het echte leven en het leven in de schaduw van het gebouw… (wat klinkt dat sinister)

  6. ook ik ben apostelkind. in de gemeenschap waar ik kom was er een hele grote sociale controle. Als je je voet iets scheef zette was daar een jeugdverzorger die er in opdracht van de herder iets van zei. Dat benoude en was verstikkend. Toen hij vrijgesteld werd dus ontheven uit zijn taak kwam er een herder die juist het tegenover gestelde was. Ik als jong volwasenen vond dat heerlijk. Dit gaf ruimte en je hoefde niet bang te zijn om elke keer foutloos te moeten handelen. Van mijn ouders en opa en oma leerde ik boven alles zelf na te denken. En pis je eens buiten de pot is dat niet erg. Dat gegeven was voor mij belangrijker dan wat de brs en zrs zeiden in de dienst. ik heb altijd het geprobeerd de liefde in mijn leven bepalend te laten zijn. Lukt niet altijd maar ik probeer het wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *