Ode aan een moedig mens

Half oktober werd hier een bericht geplaatst van een voormalig lid van het Apostolisch Genootschap naar aanleiding van de verklaring die op 11 oktober jongstleden door het genootschap werd afgelegd.

Onlangs heeft hij ons om zwaarwegende persoonlijke redenen verzocht om het bericht van deze pagina te verwijderen. Hoewel we dat heel jammer vinden, willen we dat wel respecteren. De reacties op het bericht zijn nog steeds leesbaar.

❤

33 reacties op “Ode aan een moedig mens

  1. Ik ben het helemaal met je eens. Renske heeft de basis gelegd voor een open, eerlijke terugblik op en verwerking van onze gezamenlijke geschiedenis. Wat een moed!

  2. Wat een indrukwekkende brief. Dankjewel dat je de woorden vond die ook in mijn hart leven. In de harten van velen. Het raakt me diep. Zo is het, en niet anders.

  3. Een prachtig “woord van dank” aan Renske. Îk sta er ook 100 % achter. Wat heb je dit prachtig verwoord. Dank.je wel voor deze dankbetuiging

  4. Mooi en raak! Ik sta helemaal achter jouw dankwoorden aan Renske en haar indrukwekkende moed.
    En wat betreft het laatste deel van je dankbetuiging: ook ik hoop ontzettend met je mee.

  5. Wat prachtig verwoord en wat een mooie reacties. Helemaal mee eens. Sinds zondag weet ik van het bestaan van deze site en ben onder de indruk van zoveel verschrikkelijke verhalen. Wat erg!
    Als ex-lid heb ik zo mijn verleden in het AG en dat maakt dat ik reageer ook al schroom ik hier voor. Het is nl. niet mijn bedoeling om het op de persoon te spelen, meer op het systeem dat naar mijn idee nog steeds niet deugt.
    In de media wordt het excuus van het bestuur soms afgedaan met een ‘hiërarchisch probleem uit het verleden. Ik denk dat er binnen het AG ook nu van alles aan de hand is en dat de AG jongeren van nu over 20 jaar denken: niet te geloven dat we dit allemaal kritiekloos hebben aangenomen (wat erg ook om genoemd te worden als ‘de 2 %’; ik ben er van overtuigd dat het er veel meer zijn ook al hoor je ze niet). Recent heb ik een aposteldienst gehoord en nog steeds wordt gebruik gemaakt van groepsbeïnvloeding om het netjes te zeggen.
    ‘Tegenwoordig is het anders’ wordt door de leden vaak gezegd of ‘dat heb ik niet zo ervaren destijds’ maar tijdens het luisteren naar een recente dienst merk ik niet zoveel verschil met het verleden bijv.
    1) de apostel noemt bij herhaling met voorbeelden dat we elkaar kunnen inspireren en nodig hebben ( U inspireert mij en ik heb U nodig) maar er wordt tijdens de dienst wel gekozen door hem voor een nieuwe geestelijk verzorger in die gemeente ( door het benoemen dat we van elkaar kunnen leren, elkaar nodig hebben etc plaats je je eigenlijk al boven de groep en dat geldt ook als je een subgroep tot geestelijk verzorgers ( waarom ?)t aanwijst.
    2) de apostel is arts en voor veel ouderen is dit ook in de huidige tijd nog iets waar tegenop gekeken wordt. Dat moet hij toch weten. Hij vertelt over zijn werk, gebruikt mooie verhalen en je voelt de achting voor hem stijgen in de groep
    3) Een ander punt is dat sommige brs en zrs bij namen genoemd worden door de apostel tijdens de dienst. Dat geeft een fijn gevoel, gekend worden. Dat zie je ook gebeuren tijdens de dienst. Hij heeft zoveel ervaringen met hen benadrukt de apostel maar als hij op zijn werk als arts zoveel kinderen behandelt en contact heeft met de ouders en in iedere gemeente zoveel brs en zrs persoonlijk kent dan kan dat bijna niet gelijkwaardig zijn. Ik denk zelf dat hij voordat hij naar een gemeente gaat de meeste namen even moet oefenen, maar ik kan me vergissen ( het lijkt me overigens een aardige man, zoals zovelen onder ons, misschien met een uitzonderlijk goed geheugen).
    Het trieste is dat iedereen het gewoon allemaal slikt en geen vragen stelt. Dat denk ik maar hoop dat ik ongelijk heb.

    1. Ik denk helaas niet dat je ongelijk hebt, want ik herken je verhaal helemaal en kan het volledig onderschrijven. Ben een paar jaar geleden pas vertrokken en kan uit recente ervaringen dus zeggen dat het systeem nog steeds niet deugd. Er is sprake van een manipulatieve zwijg-en doofpotcultuur (de mantel der liefde) die mensen onwetend en daarmee volgzaam houdt. Men is veelal kritiekloos en stelt geen vragen. Het is daarom ook geen probleem uit het verleden. Bert Wiegman weet de gemeenschap inderdaad op deze manieren te manipuleren en krijgt zo gedaan wat hij nodig vindt. Ik vind het nu misselijkmakend, maar zolang je er middenin zit zie je het niet of wil je het niet zien en voel je je zelfs vereerd als de apostel je naam weet…. Het is zo triest maar je kunt het een ander niet laten zien, zeker niet als iedereen roept dat nu alles anders is, of dat zij het niet zo ervaren hebben omdat ZIJ immers geleerd hebben om zelf na te denken…

  6. Mooi verwoord. Dit kan niet vaak genoeg gezegd worden. Hoe de moed van Renske de ramen open zetten en de parallelle wereld zichtbaar maakte waardoor de heling kan beginnen.

  7. Heel goed gezegd. Ik gun het de huidige leden oprecht kennis te nemen van Renskes boek en de ervaringen van ex-leden. Dat zij durven in openheid het gesprek aan te gaan in plaats van te zwijgen of te bagatelliseren zoals nog steeds gebeurt. Zodat we gezamenlijk ons verleden eens onder de loep nemen en te voorkomen dat dit ooit weer gebeurt.

  8. Dank je wel voor het verwoorden van mijn gevoelens en vast nog vele andere Apostelkinderen omtrent het boek van Renske. Zij had de moed om ons een stem te geven.

  9. Dank dat je dit zo verwoordt, nog mooier vind ik sommige reacties. Dus ook dank Anke en Marian, jullie verwoorden ook wat velen denken.

  10. Al enige tijd volg ik op de media de berichtgeving en discussie over het boek Apostelkind en de vermeende misstanden in het Apostolisch Genootschap.

    Wat daarbij opvalt is de zeer eenzijdige weergave van veronderstellingen. Geen woord en wederwoord, dus. Jammer, een gemiste kans.

    Met alle begrip voor beschreven ervaringen, meen ik dat er ook een keerzijde aan een en ander is…En wat echte feiten betreft, niet alles wat beschreven wordt is juist !!!

    Bovendien gaat het over inmiddels een ver verleden, waarin ik nadrukkelijk zeggen wil dat dingen en zaken wel eens verkeerd zijn gegaan. De wijze waarop daar destijds mee omgegaan werd is wellicht niet helemaal goed geweest. Maar het betreft ook en dikwijls zeer sterk persoonlijke ervaringen.

    Het zou best eens interessant kunnen zijn na te gaan hoe het Apostolisch Genootschap anno 2020 tegenwoordig is.

    Kom op zeg, laten we na de officiële excuses, verder op een respectvolle wijze met elkaar omgaan. Het verleden afsluiten (voor zover u dat kunt) en samen met nieuwe kracht en inzet bouwen aan een mooiere wereld…

    Dat kan echt hoor… als u dat wilt… en dat lijkt me ook een veel beter antwoord op het verleden.

    Aan u en mij de eer om dat te doen!

    Vr. groet

    Hans L Schippers

    1. Beste Hans Schippers,

      Bedankt voor uw bericht. Heeft u het boek gelezen? Zo ja, dan zal ik graag antwoord krijgen op de volgende vragen:

      1) U schrijft dat er sprake is van ‘de zeer eenzijdige weergave van veronderstellingen’ en ‘niet alles was beschreven wordt, is juist’. Zou u specifiek willen aangeven waar er feitelijke onjuistheden zijn? Uw reactie verbaast mij aangezien zelfs de Landelijke Voorganger in de pers heeft verklaard ‘Het boek klopt’. Dat ze er aan toevoegde ‘maar het is niet mijn waarheid’, daar kan ik verder niks aan doen.

      2) Dit brengt me op uw suggestie dat er geen wederhoor heeeft plaatsgevonden. Kan u mij vertellen waar u op doelt? Het Genootschap heeft op al mijn interviews een wederhoor-reactie gegeven. Uw suggestie is dus niet waar. Sterker nog, ‘wederhoor’ is bedoeld om de feiten te weerleggen, indien nodig, maar het Genootschap gebruikte dit recht niet voor waarheidsvinding (immers: ‘het boek klopt’) maar om een eigen verhaal te vertellen, en te stellen ‘nu is alles anders’ en ‘ik heb het anders beleefd’.

      3) U stelt dat het om een ver verleden gaat. Hoe ver is ver? Mijn boek richt zich voornamelijk op de periode tot 2001 (overigens is laatste deel tot 2020, dus het boek bevat ook recente observaties). Bovendien, zei William Faulkner het mooi: ‘Het verleden is niet dood, het is niet eens het verleden’.

      4) U roept een ieder op het verleden af te sluiten. Hoe kan dat zonder kennis over wat er precies moet worden afgesloten? De geschiedenis van de ‘tweede wereld’ was immers verborgen, weggestopt, zonder de kennis over de feiten die in mijn boek beschreven staan.

      De nieuwe openheid is voor velen pas een begin. Want juist het collectieve zwijgen en actief ontkennen van deze gedeelde identiteit heeft tot veel verwarring onder Apostelkinderen geleid, zo blijkt uit de brieven van lezers van mijn boek. En juist de recente openingen tot meer openheid zijn een opluchting voor velen.

      Het is niet aan mij (en mijns inziens ook niet aan u) om voor een ander te bepalen dat ‘we’ nu het verleden moeten afsluiten. ‘We’ bestaat niet. Eenieder zal op eigen wijze met het (hervonden) verleden de toekomst in duikelen. Op eigen kracht, met een eigen flinke portie nieuwe moed, omringd door de eigen dierbaren. Let’s keep moving, all at our own pace, with our own ideas and our own dreams.

      Met vriendelijke groeten,

      Renske Doorenspleet

      ‘De hemel laat de vlokken los’
      (citaat: laatste zin uit mijn boek)

        1. Ik vind, dat het àngstvallige “genootschap” UITGEBREID heeft bewezen, dat het niet te beroerd was en is, àl hun zaken óm + òm te keren, zo de ‘lief luisterende’ mensen daarbij te MANIPULEREN …!

      1. Het verleden afsluiten (voor zover u dat kunt)

        Ben 47 en heb nog steeds last van mijn verleden, zit er nu voor in therapie.
        Wat mij als kind is aangedaan is bizar. Had nooit mogen gebeuren.
        Dit verleden is belangrijk en mag niet worden afgesloten.

        2%

    2. Dag Hans,

      Natuurlijk hebben velen die door het apgen zijn beschadigd het verleden afgesloten en het leven opgepakt. Ikzelf heb enige tijd de hoop gehad dat de apostel op zijn vergissing zou terugkomen. Maar die hoop was na enkele maanden vervlogen. Toen ik vijf jaar later (in 1992) de wereldpremière van de opera ‘Life with an idiot’ meemaakte, moest ik hem nogmaals beleven (gelukkig waren er nog kaarten voor de laatste opvoeringen). Vervolgens heb ik in mijn eigen leefomgeving een mooi, zinvol en liefdevol geleid, waarin ik mijn negatieve ervaringen had opgeborgen.

      Toch komen er bij bepaalde gelegenheden erupties van woede uit mijn gemoed.
      B.v. toen ik hoorde dat Slok II op een symposium een lezing zou houden over Giordano Bruno (de man die tijdens de reformaties in de 16e eeuw door verschillende godsdiensten werd geëxcommuniceerd en uiteindelijk op de brandstapel belandde).
      Maar na het boek van Renske is het onrecht mij aangedaan door het systeem tot volle uitbarsting gekomen. Natuurlijk gaat ook deze vulkaan bij mij weer slapen en pak ik het normale leven weer op.

      Maar hoe is het met de vrouwen (en jongens?) die in hun jeugd werden aangerand en dat moesten verzwijgen op last van hun voorganger, oudste én apostel?
      Hun jeugd is hen ontnomen en dit geheim hebben zij jarenlang met zich moeten meedragen. Ik zou niet weten hoe zij dit verleden kunnen afsluiten.

      Ik zie uit naar je antwoorden op de vragen van Renske.

    3. Beste Hans,

      In uw laatste alinea schrijft u, als vervolg op uw oproep om het verleden af te sluiten, “Dat kan echt echt hoor……als u dat wilt”

      Ik vat dit op als een miskenning van onze gevoelens en een minachting van situaties waarin vele zich bevinden.

      Wellicht dat wij, Apostelkinderen, met meer respect anderen tegemoet treden dan u verondersteld en hunkeren wij naar respect voor situaties waar wij ons in bevinden.

  11. Heel erg op zijn plaats, dit mooie stuk. Ik sluit mij er graag bij aan. Naast alles wat al gezegd is, heeft het boek mij erg geholpen om aan anderen duidelijk te maken wat er gebeurde in het ag. Hoewel sommige van mijn vrienden al heel lang weten van mijn geschiedenis, werden zij door het lezen van het boek opnieuw getroffen en zeiden dingen als “nu snap ik pas goed hoe het voor jou geweest is”.

  12. Dankjewel voor je mooie ode. Eigenlijk verdient jouw brief geen reactie. Want je ode is mooi zoals ie is. Dus: thanks!

    En toch… ik kan het niet laten… sorry…

    Je schrijft over moed. Ik weet het niet. Wat is moed? Ik heb niet het gevoel dat ik enige keuze had: “Het schrijven is me overkomen. Het verhaal heeft me gegrepen en niet meer losgelaten. Ik rende erachteraan, met mijn vingers al struikelend over het toetsenbord, en had het niet in eigen hand.” Dat schreef ik in het dankwoord (p. 356) van ‘Apostelkind’. Dit boek moest er komen.

    “Er is niks over deze groep bekend. Decennialang is er gezwegen. Waarom heb jij wel de angst overwonnen om met jouw verhaal naar buiten te treden?” Dit vroeg een meelezer me een paar jaar geleden. En ik schreef terug:

    “Nee hoor, die angst heb ik nooit overwonnen: ik ben wél bang. Maar ik wil het zo graag begrijpen. Mijn herinneringen had ik ergens op een veilige plek geparkeerd. Maar long stay parking brengt kosten met zich mee; de vragen bleven komen, regen zich aan elkaar en nestelden zich als een grote kluwen wol in mijn hoofd. Ontsnappen werd onmogelijk.

    Opgroeien in deze gesloten groep is een deel van mijn identiteit, en als dat ontkend wordt, dan besta je dus voor een deel niet. Het collectieve zwijgen versterkt de twijfel, zaait nog meer verwarring: heb ik het wel goed gezien? Daarom wilde ik het gaan begrijpen. Niet alleen op basis van herinneringen, maar ook op basis van feitelijk archiefmateriaal. En alles vastleggen, want ik vind het heel verdrietig om te zien dat ex-leden hun herinneringen niet kunnen plaatsen, laat staan kunnen delen met een ander. Daarom mag dit verhaal niet zomaar verdwijnen.”

    Ik was dus wel bang, heel bang. Voor alles. En nog steeds. Met vlagen. Misschien schrijf ik daar ooit nog wel eens een blogje over. Er was een apostolisch kinderliedje: “Zet je in met al je krachten, jongens, dwars er tegenin.” Die oorwurm kwam me toch nog goed van pas. Zo’n 40 jaar later.

    Nogmaals dank. En ja, de persoonlijke kosten zijn hoog. Dat ga ik niet ontkennen. Maar het is heel bijzonder om te merken dat mijn boek zo’n snaar raakt, bij zovelen. Dat is een cadeau, onbeschrijfelijk, machtig mooi. Het ga je goed, waar ter wereld je je ook bevindt 🙂

    1. Precies Renske, je bent wél bang. Natuurlijk, want je bent mens, en weten dat mensen je op allerlei manieren zullen aanvallen met alles wat ze hebben is niet echt een aantrekkelijk vooruitzicht. En jij – en je dierbaren vermoed ik – betaalt (betalen) persoonlijk een geweldig hoge prijs. Precies daarom is deze ode op z’n plek. Want het vraagt moed om het ondanks dat toch te doen. Je hebt ons daarmee een geweldig cadeau gegeven. Hulde, en dankjewel. Hug.

  13. O ja, die oorwurmen, ik heb er talloze. Wat dacht je van “Geknield voor mijn Apostel, in opzien als een kind, is de enige geesteshouding waaraan zich vrucht verbindt”. Jarenlang gezongen, gedirigeerd, op het orgel begeleid. Tot onder meer het besef doordrong dat die ‘geesteshouding’ er niet meer was. Noodzakelijk afscheid, pijnlijk en bevrijdend. ‘Geknield voor’ was nog ‘bezield door’ geworden, het lied zal nu wel niet meer in de bundel staan. Of daarmee ook die ‘geesteshouding’ verdwenen is, waag ik te betwijfelen. Wat mij betreft hoeft dat ook niet. De afgelopen maanden zijn de risico’s voldoende aan het licht gekomen dankzij Renskes boek. Heel veel dank, Renske.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *