Kroniek van een ontspoord en sektarisch genootschap

Nu 2021 is aangebroken is het tijd om ook op deze plek de balans op te maken. Dat zullen we de komende periode doen met verschillende stukken, waarvan dit het eerste is.

Na het verschijnen van Apostelkind van Renske Doorenspleet en de aanhoudende media-aandacht (klik hier voor een uitvoerige lijst), ontstonden diverse Facebookgroepen waarin vele honderden ex-leden met elkaar in gesprek gingen. Samen met Nieuw Licht op Oude Wegen van lid Berry Brand en de verhalen op deze website vormden ze de bronnen voor het stuk waarin ex-lid Jack van Splunter zijn visie op het Apostolisch Genootschap uiteenzet.

Inleiding

Op 28 december 1951 werd de bij notariële akte de stichting Het Apostolisch Genootschap (apgen) opgericht. Deze oprichting was noodzakelijk nadat de aanwijzing bij testamentaire beschikking van apostel L. Slok (Slok sr.), door het arrest van de Hoge Raad van 6 april 1951, als strijdig met de statuten van de Hersteld Apostolische Zendinggemeente in de Eenheid der Apostelen (HAZEA) werd beschouwd. Deze testamentaire beschikking was opgesteld door de op 20 maart 1946 overleden apostel J.H. van Oosbree. Uit het genoemde arrest van de Hoge Raad bleek, na een jarenlange juridische strijd, deze aanwijzing strijdig te zijn met de statuten van het HAZEA. Hierdoor was de testamentaire beschikking van Van Oosbree niet rechtsgeldig waardoor de aanwijzing van Slok sr. als apostel van de HAZEA kwam te vervallen. 

Nu de denkbeelden van Slok sr. sterk afweken van die van het HAZEA zag hij zich genoodzaakt zijn apostolaat voort te zetten in het apgen en daardoor hoefde hij geen enkele rekening meer te houden met de leiding van het HAZEA en de geloofsbeginselen van het HAZEA. Van deze geloofsbeginselen had hij overigens al meteen na zijn aanwijzing afstand genomen en vanaf dat moment heeft hij volledig op zijn eigen kompas gevaren bij de invulling van zijn functie. 

Van belang hierbij was dat hij hierbij geen enkele boven hem gestelde autoriteit had te dulden en ook niet accepteerde, zodat hij vanuit die positie zijn geloofs- en levensbeschouwelijke inzichten oplegde aan zijn volgelingen. Als zelfbenoemde ‘eigentijdse christus’ was hij ervan overtuigd dat hij er voor de gehele mensheid was en dat zijn denkbeelden van positieve invloed waren op cruciale gebeurtenissen in de wereld en hierin ook doorwerkten. Deze grootheidswaanzin en het volledig ontbreken van realiteitszin was kenmerkend voor het beeld dat hij over zichzelf en het apgen had gecreëerd. 

Het apostolaat van Slok sr. duurder tot 1984 waarna hij werd opgevolgd door zijn zoon J.L. Slok (Slok jr.) Hetgeen in het onderstaande wordt opgemerkt over Slok sr. geldt in hoge mate ook voor deze opvolger. Omwille van de leesbaarheid zal ik echter uitsluitend de periode van Slok sr. bespreken waarbij ik opmerk dat het gedrag van Slok jr., in ieder geval voor wat betreft de wijze van besturen van het apgen, de facto in het licht van zijn positie als leider van het apgen niet afweek van dat van Slok sr. Het apostolaat van Slok jr. duurde tot 2001. 

Hoe gaf Slok sr. leiding aan het apgen?

Zijn manier van leiding geven kon zonder  meer als dominant en autoritair worden beschouwd. Al snel na zijn aanwijzing presenteerde hij zich als de ‘eigentijdse christus’ die gedurende zijn gehele apostolaat als een pijler en houvast door zijn volgelingen werd aanbeden. Hierbij werd hij  aangesproken, erkent en op cultische wijze aanbeden als ‘vader’, ‘levensbron’, ‘dierbare en goddelijke leidsman’, ‘man gods’ en ‘eigentijdse christus’. Hij was er van overtuigd dat in zijn hoedanigheid van apostel en op basis van deze kwalificaties er sprake was van een vergoddelijking van zijn menszijn. Daarnaast gaf hij er blijk van dat hij een uitgesproken voorkeur had voor een dictatoriale wijze besturen van het apgen. Tevens stelde hij zich opzichte van andere geloofsrichtingen elitair op en positioneerde het apgen, mede door het besloten karakter hiervan, met de rug naar de maatschappij. 

Als direct uitvloeisel hiervan gedroeg hij zich als een leidsman met een onaantastbare zeggenschap over zijn volgelingen en eiste van zijn volgelingen een grote mate van discipline, loyaliteit en geestelijk conformisme. Hij beschouwde zijn volgelingen als het ‘uitverkoren volk’ en legde aan hen op verplichtende wijze zijn eigen exclusieve waarheid op. Als gevolg hiervan moest er bij de volgelingen  sprake zijn van een volledige ‘hartensovergave’ aan hem. Vanuit deze overgave legde hij zijn orthodox conservatieve normen op aan zijn volgelingen en beïnvloedde hiermee op ingrijpende wijze het persoonlijke  leven van deze volgelingen. 

Als gevolg van zijn positie en de hierbij min of meer afgedwongen volgzaamheid, moesten deze volgelingen zich onvoorwaardelijk verbinden aan de normen van deze ‘goddelijke leidsman’ en hij accepteerde op geen enkele wijze een bedreiging van zijn positie. Waar hij alleen al het vermoeden had dat zijn normen ter discussie werden gesteld, werden de hierbij betrokken volgelingen publiekelijk en zonder enige tegenspraak veroordeeld. Op deze wijze had hij een organisatie opgebouwd die die in het teken stond van zijn onfeilbaarheid als leider en beschikte hij over absolute en complete zeggenschap. Kritisch denkers werden, soms door hem persoonlijk, verwijderd uit het apgen. 

De door hemzelf geclaimde status van ‘levende norm’ had tevens tot gevolg dat hij zijn volgelingen een permanent schuldgevoel oplegde. Hiervoor wist hij te bewerkstelligen dat bij hen het gevoel ontstond dat het voor hen noodzakelijk was om steeds weer bij hem de ‘plaats der hulpe’ op te zoeken. Door deze aan zijn volgelingen opgelegde hulpzoekende houding versterkte hij zijn machtspositie in het apgen. 

Hierbij meende hij tevens ‘eigendomsrechten’ uit te kunnen oefenen op de volgelingen. Dit betekende dat hij volledige controle had over de tijd en energie van zijn volgelingen. Dit had tot gevolg dat de volgelingen, veelal de vaders uit gezinnen, naast een maatschappelijke positie hun vrije tijd volledig moesten doorbrengen in het apgen en als gevolg hiervan nauwelijks deel uitmaakte van het gezingsleven. Kinderen uit deze gezinnen werden veelal opgevoed zonder een aanwezige vader aangezien de vrije tijd van deze vaders (en soms ook moeders) volledig werd opgeslokt door het apgen. Deze gang van zaken leidde in heel gezinnen tot verstoorde relaties met de afwezige vader en tot op de dag van vandaag tot frustraties en pijn. De door hem geclaimde ‘eigendomsrechten’ gingen zelfs zo ver dat hij meende te kunnen beschikken over het leven van kinderen in gezinnen waar naar zijn oordeel iets ‘fout’ was gegaan. 

Vanwege het feit dat Slok sr. meende bekend te zijn met de ‘eeuwige levenswetten’ was hij van oordeel dat, in complexe situaties waarin volgelingen zich bevonden en waarbij (externe) professionele (psychische) hulp vereist was, de noodzakelijke hulp en ondersteuning van buiten het apgen niet mocht worden ingeroepen. Hij was immers van mening dat hij als ‘zielehelper’ bij uitsluiting van anderen over de kennis en vaardigheden beschikte om in dergelijke situaties hulp te verlenen en advies te geven. Als gevolg hiervan werden de betrokkenen afgescheept met amateuristische adviezen en werden misstanden, door de beslotenheid van het apgen waarbinnen zij opkwamen en afgehandeld werden, veelal niet adequaat behandeld en bedekt met de ‘mantel der liefde’. 

Hierbij werd vaak ook geen enkele rekening gehouden met privacy gevoelige bij hem en anderen bekende informatie van situaties die door volgelingen aan hem ter advisering waren voorgelegd. Deze informatie werd regelmatig door hem of door hierbij in de hiërarchie betrokken leidinggevende, op een voor de betreffende volgeling pijnlijke wijze publiekelijk besproken en gedeeld (en veelal ook bekritiseerd en veroordeeld).  

Zeker in situaties waarbij ernstige zedenmisdrijven binnen het apgen hadden plaatsgevonden, waarbij stelselmatig de hierbij betrokken (jonge) vrouw als schuldige werd aangewezen, heeft deze handelwijze geleid tot ernstige trauma’s. De hierbij verleende hulp en aandacht ging hierbij immers niet uit naar het slachtoffer maar was vaak uitsluitend gericht op de instandhouding van het huwelijk van de veelal hierbij betrokken echtgenoot die verantwoordelijk was voor het strafwaardige gedrag jegens de (jonge) vrouw. Ondanks de bekendheid met de feiten in dergelijke situaties bij Slok sr. en anderen binnen het apgen, werd er geen actie ondernomen naar de autoriteiten die tot een strafrechtelijk onderzoek en vervolging hadden kunnen overgaan. Ook deze zaken werden bedekt met de bekende ‘mantel der liefde’. 

Van belang is verder dat Slok sr. geen enkele opleiding had genoten om heftige en complexe situaties, waarin leden zich soms bevonden, te kunnen begeleiden en hierin te adviseren. Daarnaast was hij totaal niet theologisch geschoold. Ook de overige leidinggevenden waren hiervoor niet opgeleid. Aanstellingen van een leidinggevende vond immers uitsluitend plaats op grond van totale overgave, kritiekloze volgzaamheid en aanbidding van Slok sr.

Tot slot is nog van belang dat Slok sr. en het apgen zich na de verloren rechtszaak genoodzaakt zagen om te voorzien in de gebouwen voor de noodzakelijke samenkomsten. Hiervoor deed hij een klemmend beroep op zijn volgelingen om uit vrijwilligheid aanzienlijke bedragen aan het apgen te schenken om hierin te voorzien. Het schrijnende was echter dat Slok sr. er zelf geen bescheiden leven op nahield. Immers, als vrij snel na zijn aanwijzing betrok hij een kapitale villa in Bussum en reed, zeker voor die tijd, in zeer dure auto’s. Dit alles terwijl de volgelingen vanuit een veelal karig inkomen min of meer gedwongen werden om aanzienlijk financieel bij te dragen aan het apgen vanwege de noodzaak om binnen het apgen nieuwe gebouwen te realiseren. Hierbij is tevens van belang dat kennelijk al in de jaren 70 van de vorige eeuw het opgebouwde vermogen van het apgen, in de vorm van een financiële reserve, voldoende was om hieruit de gebruikskosten van het vastgoed van het apgen te voldoen. Hierover werd echter geen opening van zaken gegeven, zodat de volgelingen in de waan bleven dat hun financiële bijdragen nog steeds hard nodig waren. Naast de financiële bijdragen werden er ook, op min of meer afgedwongen vrijwillige basis, aanzienlijke werkzaamheden door volgelingen ten behoeve van het apgen verricht, waardoor een fors bedrag aan kosten voor het apgen werd bespaard. Opvallend hierbij was dat Slok sr. met deze vrijwilligers op een zeer bedenkelijke wijze omging. Een handelwijze die zeker niet getuigde van respect en dankbaarheid voor al het op vrijwillige basis geleverde werk, maar wel getuigde van een door hem geëiste vanzelfsprekendheid. 

Het bovenstaande is slechts een beperkt overzicht van de wijze waarop hij leiding gaf aan het apgen en het moge duidelijk zijn dat zijn visie en het hierop gebaseerde gedrag enorme schade heeft berokkend aan de (ex) leden van het apgen. 

Conflicten en crisis door zijn leiderschap

Het vergt weinig verbeeldingskracht om in te zien dat er conflicten ontstonden die werden veroorzaakt doordat hij vond dat er onvoldoende erkenning was voor zijn aan god gelijke status. Daar waar hij slechts een vaag vermoeden had dat een volgeling zijn positie onvoldoende erkende, trad hij keihard op en excommuniceerde de betreffende meteen. Hierdoor werden loyale en hardwerkende krachten zonder aanzien des persoons en zonder pardon door hem verwijderd uit het apgen. 

Het meest treffend kwam dit tot uiting gedurende de periode die ook wel als ‘zuiveringsperiode’ wordt omschreven. Deze periode speelde zich af in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw. In deze periode van heftige ontwikkelingen gaf hij ervan blijk dat hij geen enkele voeling had met wijzigingen in de maatschappelijke opvattingen. Hierdoor kwam hij in conflict met een deel van de jonge mensen uit het apgen. 

Door zijn verzet tegen democratische maatschappelijke ontwikkelingen en de opkomst van een jeugdcultuur ontstond een uitsluitend door hemzelf veroorzaakte crisissituatie. Niet alleen was hij volkomen wars van allerlei vormen van democratisch bestuur maar had, zoals eerder aangegeven, een uitgesproken voorkeur voor een op orthodox conservatieve beginselen gebaseerde dictatuur. Hij gaf hierbij geen enkele ruimte voor kritiek, discussie, tegenwerpingen, overleg of dialoog. 

Volgelingen die zelfstandig nadachten en een eigen mening vormden werden door hem beschouwd als dwarsliggers en als personen die de ‘man gods’ niet dan wel onvoldoende erkenden. Er mocht bij hem over dit laatste geen enkele ruimte zijn voor twijfels. Het conflict met een gedeelte van de jeugd betrof dan ook de naar zijn gevoel ontbrekende erkenning voor zijn status als ‘man gods’. Hij meende dit af te leiden aan bepaalde uiterlijke verschijnselen bij de jeugd die zich voordeden in de jaren 60 en 70 met betrekking tot de bij hen levende voorkeuren ten aanzien van haardracht en kleding.  Alhoewel de houding van de apostolische jeugd veeleer kon worden gekarakteriseerd als conformis-tisch en apathisch, was een klein deel van deze jeugd wel gevoelig voor de maatschappelijke ontwikkelingen in deze periode. 

Waar deze gevoeligheid zich uitte in een wijze van haardracht en kleding die kenmerkend was voor de opkomende jeugdcultuur, werden zij geconfronteerd met een apostel die zich in niet mis te verstane bewoordingen hierover negatief uitliet en keihard hiertegen optrad. Stelselmatig gaf hij blijk van het feit dat dergelijke uiterlijkheden voor hem uiting waren van een ontbrekende erkenning voor zijn positie als apostel. Vanwege zijn afkeer van overleg, hoor en wederhoor en discussie zorgde hij er hoogstpersoonlijk voor dat dit conflict compleet uit de hand liep. Hierdoor vervreemdde hij zich van een deel van deze jonge mensen (en ook vaak hun ouders) en als gevolg hiervan traden enkele honderden uit het apgen. 

Wat waren de gevolgen van deze conflicten en crisis?

Het gevolg van de door hem zelf gecreëerde conflicten en crisissfeer was, dat de controle en de disciplinering van de jeugd werd vernieuwd en dat er hiervoor een nieuwe aanpak werd geïntroduceerd. Deze vernieuwingen moesten uitsluitend in het teken staan en zijn gebaseerd op de absolute erkenning door de jeugd van het feit dat Slok sr. ‘de gezalfde gods’ was. Hierbij lag het accent op het bijbrengen van het besef en de betekenis van het feit dat hij het enige en absolute oriëntatiepunt was voor een zinvol leven. 

Op intensieve wijze – en een voor de jeugd verplichtende aanpak –  werden zij binnen het apgen geïndoctrineerd met deze zogenaamde vernieuwingen die door veel van deze jeugdige leden werd ervaren als een vorm van psychische onderdrukking vanwege de manipulatieve en disciplinerende benadering. 

Op welke gronden kon het apgen in de jaren 1946 – 2001 worden beschouwd als sektarisch?

Zonder volledig te willen zijn kunnen een aantal sektarische kenmerken binnen het apgen worden onderkend waardoor ik van oordeel ben dat het apgen zonder meer als sektarisch kan worden beschouwd. In dit onderdeel zal ik analyseren op grond van welke kenmerken ik tot de conclusie kom dat de geloofs- en levensbeschouwelijke gemeenschap van het apgen, door het leiderschap van Slok sr., kan worden beschouwd als sektarisch. 

Kritisch nadenken is niet toegestaan in het apgen en zijn een symptoom van een gebrekkige loyaliteit.

Dit aspect laat zich wellicht het beste illustreren met een verwijzing naar de gang van zaken in Kring van Apostolische Studenten (KAS). De KAS was met name actief in de periode waarin het conflict tussen Slok sr. en een deel van zijn jeugd zich afspeelde. Als onderdeel van hun academische vaardigheden is het voor studenten van belang dat zij gedurende hun studietijd een kritische instelling ontwikkelen. Door deze academische vaardigheid ontstond bij een deel van deze studenten een stroming die zich richtte op meer openheid en medezeggenschap. Daarbij speelde dat een deel van de studenten op de universiteiten zich bij uitstek bevonden in de voorhoede van degenen die streefde naar meer democratisering. 

Deze ontwikkelingen kwamen ook tot uiting in de KAS en hierin ontstond het verlangen dat het apgen haar vensters zou openen naar de wereld en zich zou oriënteren op kerkelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Op het moment dat deze geluiden Slok sr. bereikte werden deze door hem publiekelijk aan de kaak gesteld. De verantwoordelijken binnen de KAS werden beschuldigd dat zij door hun ‘heilloze’ tolerantie mede de oorzaak waren van een in zijn ogen volstrekt verkeerde ontwikkeling. Uiteindelijk werd de hoofdverantwoordelijke, althans in de ogen van Slok sr., op dubieuze gronden door hem de facto uit het apgen verwijderd. 

De geclaimde wijsheid, kennis en onfeilbaarheid van de doctrine van het apgen en/of haar leider

Slok sr. vereenzelvigde zich nadrukkelijk met Jezus die hij omschreef als de eersteling christus. Als gevolg van zijn geloofsopvattingen presenteerde hij zichzelf als de eigentijdse christus en ontleende daaraan dat zijn volgelingen zich onvoorwaardelijk aan hem moesten overgeven. Vanuit deze positie betrok hij diverse uitspraken van jezus op zichzelf. Van belang was dat deze uitspraken voor een groot deel betrekking op absolute waarheidsaanspraken ten aanzien van de levensbeschouwelijke aspecten van de cultuur van het apgen en de hierdoor veroorzaakte cultus rondom zijn persoon. 

Op grond van zijn inzichten wenste hij op geen enkele wijze dat het apgen betrokken zou zijn bij maatschappelijke ontwikkelingen en organisaties. Hij was ervan overtuigd dat het apgen, en met name zijn taak hierin, moest werken aan ‘de oorzakelijke wereld voor de mentaliteitsverhoging’. De leden van het apgen mochten zich dan ook op geen enkele wijze engageren met maatschappelijke ontwikkelingen, zodat het apgen de facto met de rug naar de maatschappij stond. Hierdoor werd het apgen een besloten bolwerk en miste ook volledig de aansluiting met de maatschappij. 

Volledig in strijd hiermee pretendeerde Slok sr. wel dat er door zijn invloed zich fundamentele wijzigingen voltrokken in de gehele wereld. Vanuit een stuitend gebrek aan realiteitszin en een positie die was ingegeven door grootheidswaanzin, zouden op onnaspeurlijke wijze staatslieden deze invloed ondergaan en op indirecte wijze zou Slok sr. (ook op godsdienstig terrein) dus verantwoor-delijk zijn voor een ‘heilzame invloed’ op het ‘wereldgebeuren’. 

Het autoritaire en amorele machtsstreven van Slok sr.

In het bovenstaande heb ik al gerefereerd aan de dictatoriale leiding van Slok sr. en zijn voorkeur voor een dictatoriaal bestuur. Slok sr. ging hierbij zelfs zo ver dat hij een dictatoriaal bestuur, los van misdaden van dictatoriale leiders als Hitler en Mussolini, beschouwde als de beste vorm van bestuur die de samenleving eenvoudig niet ontberen kan. Daartegenover stond dat hij een bestuursvorm gebaseerd op democratie beschouwde als een grote bedreiging voor Nederland in het algemeen en het apgen in het bijzonder.

Het dictatoriale leiderschap van Slok sr. hield ontegenzeggelijk verband met het feit dat hij in de positie verkeerde waarbij hij alleen en zelfstandig de volledige zeggenschap had binnen het Apgen. Vanuit deze positie riep hij de volgelingen van het apgen op tot een volledige overgave. Deze overgave werd door zijn rol als charismatisch leider door veel volgelingen van harte gesteund. Vanuit deze positie valt wellicht te verklaren dat de apostelrol langzaam kenmerken ging vertonen van zelf-vergoddelijking, aangezien hij niets te dulden had van een boven hem gestelde autoriteit. 

Tevens heb ik in het bovenstaande beschreven tot welke gevolgen deze ontwikkeling bij hem zouden leiden. Van belang hierbij was het feit dat het door hem gelanceerde religieuze ideaal, vastgelegd in de slogan: ‘Wij zijn er voor god’, het begin was van een missie waarin hijzelf centraal stond en zou leiden tot een cultische verering. 

Hij creëerde een cultuur waarin alles in het teken stond van zijn persoonlijke rol als apostel en binnen de hiërarchische organisatie van het apgen stond alles in het teken van zijn machtspositie en het consolideren hiervan. Duidelijk is dat Slok sr. stevig vasthield aan zijn ideeën over dictatuur en de door hem geëiste gehoorzaamheid. Hij bood geen enkele ruimte voor inspraak en stond totaal niet open voor de wijzigingen in de maatschappelijke omstandigheden. De handelwijze van Slok sr. kan dan ook niet anders dan worden verklaard vanuit zijn expliciete voorkeur voor een op dictatoriale wijze besturen van het apgen. 

Een dergelijke kwalificatie draagt in zich dat men niet automatisch kan terugvallen op gedeelde betekenissen. Als men dan niet in staat is om goed na te denken over de betekenis van bepaalde gebeurtenissen, leidt dit vrijwel zeker tot een gebrekkige oordeelsvorming. Hij heeft zich kennelijk ook nooit afgevraagd of zijn hieruit voortvloeiende gedragingen schade veroorzaakte en zich dus kennelijk ook niet de vraag gesteld of deze gedragingen moreel aanvaardbaar waren.

Het gebrek aan moraliteit op dit aspect is kenmerkend voor Slok sr. aangezien hij aanhanger was van een ideologie waarbinnen hij overtuigt was van het feit dat hij en hij alleen over de waarheid beschikte. Een ideologie die er op was gericht om de pluraliteit uit te wissen en daarmee het veelvoud van menselijke perspectieven op de werkelijkheid. Binnen deze ideologie is er geen ruimte om de wereld te beschouwen vanuit de werkelijkheid en hierbij werd de waarheid van Slok sr. gebruikt om zijn wil op te leggen als het enige juiste. De bedenkelijke motieven van Slok sr.,die hieraan ten grondslag liggen, getuigen dan ook niet van een aanvoelen dat is gebaseerd op menselijke waardigheid en pluraliteit, maar zijn er wel de oorzaak van dat velen door hem voor het leven zijn beschadigd.

Leden werden geëxcommuniceerd als zij het apgen verlieten

De gangbare praktijk binnen het apgen was dat leden die zich niet conformeerde aan de normen van Slok sr. dan wel onvoldoende blijk gaven van de erkenning voor zijn positie binnen het apgen, werden verzocht het apgen te verlaten dan wel door hem persoonlijk hieruit werden verwijderd. Dit gold ook voor de jonge mensen die pas na het bereiken van de 18 jarige leeftijd mochten besluiten om afscheid te nemen van het apgen.  Aan de ouders en anderen die deel bleven uitmaken van het apgen werd dwingend ‘geadviseerd’ om alle contacten met deze ex leden te verbreken. Voor Slok sr. en de achterblijvende leden van het apgen bestonden deze ex leden in ieder geval niet meer en werden zij volstrekt genegeerd. 

Manipulatie, indoctrinatie en controle middels de taal van het apgen

De eigen taal vormde het een belangrijk instrument om het gedrag van de leden te manipuleren en hun gedachten te indoctrineren. Renske Doorenspleet schrijft in haar boek Apostelkind regelmatig over het specifieke taalgebruik en het jargon binnen het apgen. Aan de hand van haar boek wil ik het fenomeen taal binnen het apgen en de gevolgen daarvan nader belichten.

Zij beschrijft in haar boek op een aansprekende wijze de verschillende wijzen waarop het taaleigene zich in de apgen cultuur manifesteerde. Hieraan ligt een historische ontwikkeling ten grondslag ligt en hieraan heeft Slok sr. een forse bijdrage geleverd. Zij is van oordeel dat het gebruik van de taal in het apgen een manipulatief karakter heeft gekregen. 

Hierbij verwijst zij in haar boek naar het invloedrijke werk van de Amerikaanse psychiater Robert Jay Lifton en de waarde die zijn werk heeft voor het bepalen van het niveau van ‘ideologisch totalitarisme’. Deze psychiater baseerde zijn onderzoek naar dit fenomeen op een achttal (psychologisch relevante) kenmerken, die Doorenspleet in haar boek benoemt. Eén van deze kenmerken heeft betrekking op het belang van een ideologisch jargon met nieuw, manipulatief taalgebruik (door Lifton omschreven als ‘Loading the Language’). 

Opvallend is dat de eigen taal en het jargon ook door (de onlangs overleden) Benjamin Zablocki, een socioloog die verbonden was aan de Rutgers University (New Jersey), in 1997 een golf van verontwaardiging veroorzaakte door de publicatie van een uit twee delen bestaand artikel ‘The Blacklisting of a Concept: The Strange History of the Brainwashing Conjecture in the Sociology of Religion’ in Nova Religio, een wetenschappelijk tijdschrift gewijd aan alternatieve geloofssystemen . 

Zijn voornaamste bedoeling was om aan te tonen dat hersenspoeling een precies en empirisch te toetsen concept is, ondanks het feit dat het ondertussen door de meerderheid van onderzoekers binnen de godsdienstsociologie als een verouderd concept werd behandeld. Zablocki heeft bijna veertig jaar ervaring in het onderzoeken van nieuwe religieuze bewegingen. Deze lange ervaring heeft hem tot de conclusie gebracht dat hersenspoeling door sommige sektarische groeperingen op bepaalde momenten op sommige van hun leden met een wisselende mate van succes wordt toegepast. 

Hersenspoeling zelf definieert hij als een observeerbaar geheel van handelingen tussen een charismatisch gestructureerde collectiviteit en een geïsoleerd individu van deze collectiviteit. Volgens Zablocki kan het door hem onderzochte fenomeen geoperationaliseerd worden volgens acht observeerbare karakteristieken, waarbij hij gebruik maakt van de acht (psychologisch relevante) kenmerken van Lifton. Zoals gezegd had één van deze karakteristieken betrekking op de eigen taal en het jargon. Door Lifton werd dit aspect als volgt omschreven: “totalitaire groepen bedienen zich van een eigen jargon, dat enkel door de groepsleden kan worden begrepen. Deze taal is een expressie van de ultieme waarheid waar de groep achter staat”. 

Ik kan mij echter heel goed voorstellen dat de door Zablocki en anderen gebruikte term ‘hersenspoeling’ weerstanden oproept en ook op wetenschappelijke gronden gevoelig ligt (ik meen dat ook Lifton dit begrip niet wenste te gebruiken en liever sprak over ‘thought-reform’). Dit laat echter onverlet dat van het taalgebruik in de door Renske Doorenspleet beschreven periode binnen het apgen wel degelijk een disciplinerende werking uitging.

Ik ben dan ook geneigd om, op basis van hetgeen door Zablocki beschreven fenomeen, te concluderen dat bij het taaleigene binnen het apgen er sprake was van (een vorm van) hersenspoeling waarbij manipulatie een belangrijke rol speelde. Van belang hierbij is dat er binnen het apgen in deze periode sprake was van een streven naar totale controle van alle aspecten van de uitwendige omgeving en het innerlijke leven van volgelingen. Dit ondanks het feit dat het (bestuur van het) apgen geen (formele) macht kon uitoefenen over haar volgelingen. 

Van belang is immers is dat het taaleigene binnen besloten groepen een cultuurgebonden fenomeen is. Waar het in dit aspect om gaat is de vraag of de apgen cultuur, waarvan de taal een belangrijk onderdeel uitmaakt, een product is van macht. Culturele processen kunnen immers niet worden losgemaakt van machtsverhoudingen en machtsstreven. Hierbij kent elke groep haar eigen (informele of formele) procedures voor het controleren, selecteren en sociaal organiseren van de taal. De sociale conditionering van deze taal werkt vaak zeer subtiel en het ‘spreken’ van de taal is veelal voorbehouden aan degene die zijn ingewijd en die, zeker ook binnen het apgen, acteerde binnen een besloten hiërarchische structuur. 

Binnen een dergelijke besloten religieuze groep kan het taalgebruik, als cultuurfenomeen, een gezaghebbende status verkrijgen. Dit gezaghebbende discours kan niet los worden gezien van machtsverhoudingen en machstreven, zodat men via de taal, en binnen deze cultuur, een dwingende kracht kan uitoefenen op het menselijk denken en handelen.

In haar boek beschrijft Doorenspleet op diverse plekken het karakter van het binnen het apgen gehanteerde jargon en taalgebruik. Nu zij volwassen is kijkt zij hierop terug als een vorm van indoctrinatie. Zij beschrijft dit als een systeem dat was gericht op “controle van gedrag, informatie, gevoelens en emoties”. Ook beschrijft zij dit als “eenzijdig en manipulatief” waarbinnen geen enkele ruimte bestond voor kritiek. Volgens haar was er sprake van een systeem dat uitstekend functioneerde binnen de gesloten groep van het apgen, waarbij sprake was van grote mate van discipline, loyaliteit alsmede het geëiste geestelijke conformisme van de deelnemers. Verder schrijft zij dat de aangebrachte nuances in het taalgebruik essentieel waren, waarbij de gebruikte woorden en uitdrukkingen binnen de gesloten wereld van het apgen waren gericht op het maken van een sluitend verhaal waarin alles klopte en alles werd geloofd.

Voor een vergelijkbaar fenomeen verwijs ik naar het boek van Duits-Joodse filoloog Victor Klemperer, De taal van het Derde Rijk. In dit op zijn dagboeken gebaseerde grondige onderzoek documenteert hij hoe de nazi’s de Duitse taal manipuleerden om mensen te kunnen indoctrineren met de nationaalsocialistische ideologie. De kern van zijn filologische dagboekaantekeningen is dan ook dat de taal het eerste slagveld is waar de strijd gewonnen of verloren wordt. De nationaalsocialisten zelf waren zich in ieder geval volkomen bewust van de dubbele functie van de taal die ze gebruikten – van het feit dat die niet alleen beschrijvend, maar bovendien conditionerend (en in de meeste gevallen ook disciplinerend) werkte.

Het is voor mij duidelijk dat het toenmalige systeem van het apgen voor de bestuurlijke elite een uitstekende voedingsbodem bood voor het op manipulatieve en indoctrinerende wijze gebruik maken van een specifiek taalgebruik en dat er sprake was van een structurele manipulatie en indoctrinatie.

De gevolgen van het leven in het sektarische apgen

Uit het bovenstaande kan worden opgemaakt dat het leven in een sekte als het apgen een forse impact heeft gehad op het leven van veel van de ex leden. Immers, door de sektarische aspecten die waren verbonden aan het apgen, in de jaren 1946 t/m 2001, werden veel van deze ex leden slachtoffer van allerlei inbreuken op hun rechten en vrijheden. Zonder enige pretentie van volledigheid was er immers sprake van een aantasting van de identiteit, het verbreken van de omgang met ex-leden, een afgedwongen beperkte betrokkenheid op de maatschappij doordat de tijd en energie van volgelingen vrijwel uitsluitend ter beschikking stond van Slok sr. en moest worden aangewend in het apgen. 

Voor ex-leden hadden deze inbreuken soms ingrijpende gevolgen. Ter illustratie en kortheidshave verwijs ik naar de ervaringen die door een aantal ex-leden zijn opgenomen op de website apostelkinderen.nl. Haast zonder uitzondering worden hierop ervaringen beschreven die zien op het verlies van eigenwaarde, verlies van zelfvertrouwen, problemen die zijn ontstaan door het prijsgeven van de identiteit, ervaringen die traumatisch zijn en getuigen van onzekerheid, angst, schaamte, beklemming en die zonder uitzondering betrekking hebben op een pijnlijk apgen verleden. Uit de inhoud van deze verhalen blijkt dat deze diep ingrijpende ervaringen zijn veroorzaakt door het toenmalige sektarisch systeem en het zou het huidige bestuur van het apgen sieren als zij hiervoor ruiterlijk de verantwoordelijkheid erkent en excuses aanbiedt. 

Jack van Splunter

21 reacties op “Kroniek van een ontspoord en sektarisch genootschap

  1. Ik ben benieuwd of de Van Oosbreestichting deze verhandeling wel zou willen plaatsen op bijvoorbeeld http://www.opdekeperbeschouwd.nl. Heren De Werd, Tijdeman en Middel, ik daag jullie uit.

    Dan gaan de luiken misschien eindelijk eens echt open 🙂

    ps: opdekeperbeschouwd.nl over opdekeperbeschouwd.nl:
    Door middel van deze blog kunnen standpunten die verband houden de ontwikkeling van het apostolische gedachtegoed naar voren gebracht worden. Zo komt gedachtewisseling op gang. Kritisch, maar graag met liefde.

  2. Dit geeft de geschiedenis exact weer. Helaas zijn zeer velen daar slachtoffer van geworden. Tot op heden is een erkenning uitgebleven, maar dat wordt wel hoog tijd. Dat er ook nog velen zijn die het niet zien is voor mij onbegrijpelijk. Ik weet dat een zeer groot deel blijft om de sociale contacten. Velen hebben geen vrienden buiten het Apostolisch Genootschap, dus blijven ze. In het verleden hebben zij ook geen gelegenheid gehad buiten het AG vrienden te maken want Slok eiste alle tijd op. Maar er zijn er ook die daar in berusten.

  3. Dankjewel Jack voor wat je hier zo mooi beschreven hebt. En ja het AG was een sektarisch genootschap. Niemand geeft graag toe deel uitgemaakt te hebben van een sektarisch genootschap. Zo verging het mij tenminste. Is dat de reden waarom ik nooit met buitenstaanders over mijn jeugd in het Apostolisch Genootschap gesproken heb? Zeker! Tot het boek ‘Apostelkind’ uitkwam. Puzzelstukjes vielen op hun plaats. En ik ging er eindelijk over praten. Met geestverwanten (ex-apostolischen) en ……. met buitenstaanders. Voor het eerst in meer dan 50 jaar!!! Mooie, boeiende gesprekken! Het maakt het verhaal over mijn jeugd nu compleet. Ook ik had, net als Renske Doorenspleet in haar boek vertelt, twee verhalen over mijn jeugd. Nu grijpen ze, als de twee helften van een rits, in elkaar.

  4. Heel goed verwoord, ik kom zelf met nog een broer en zus in leven uit een verscheurd gezin. Vader psychische klachten, moeder in slachtoffer rol wat nog versterkt werd door het apgen. Wij als kinderen konden onze gevoelens niet naar buiten brengen en over praten. Uit het apgen kregen wij te horen dat wij sterk moesten zijn omdat moeder het al zo moeilijk had. Sinds kort en ik ben nu 65 jaar heb ik mijn verhaal aan anderen verteld, hier door zijn er gesprekken op gang gekomen tussen mijn broer en zus. Wij hebben van elkaar nooit geweten hoe wij onze jeugd beleefd hebben. Er werd nooit over de thuis situatie gepraat. Vrienden ja 3 uit apgen
    Door huwelijken uit elkaar gegroeid, nooit meer wat van vernomen alle drie nog in het apgen. Vrienden heb ik niet. Zal ook niet weten hoe deze vriendschappen op te bouwen. Nooit geleerd.

  5. Heel herkenbaar. Volgens Slok waren wij het “zout der aarde”
    Neem het mezelf nog kwalijk dat we toen niet verder dachten.
    Op tijd er uit gestapt.

  6. Een paar weken geleden heb ik voor het eerst aan een buitenstaander verteld dat ik opgegroeid ben in een sekte. Dit voelde heel heel eng, nog steeds ?. Dank Jack, jouw uitleg is de uitleg over mijn leven.

  7. Wat een helder, herkenbaar en nauwgezet verhaal of beter nog, studie! Dank Jack, geeft me, na alles wat er al is beschreven en gezegd, toch weer nieuwe inzichten. Het leed en de schade zijn groot, ik weet het als Apostelkind helaas maar al te goed.
    Jouw zorgvuldige verhaal staat in schril contrast met de voorzichtige en juridisch zorgvuldig gekozen woorden door het Apostolisch genootschap als reactie op het boek van professor Renske Doorenspleet: gekunsteld en niet echt. Bovendien blijkt maar weer dat de gekunstelde reactie van het Apgen geen recht doet aan de door hun zelf gekozen waarden anno 2021, waaronder kompassie: loze kreten zijn het zolang ze in hun eigen box blijven zitten. Practice what you preach, long way to go…

  8. Het is zo raak en duidelijk beschreven, dankjewel hiervoor. Ik ben heel erg dankbaar voor de beweging die is ontstaan na het verschijnen van het boek van Renske. Het heeft iets in mij losgemaakt wat mij in verbinding brengt met mijn jeugd. Het boek wat ik dicht deed toen ik het genootschap verliet ben ik nu aan het openen en soms gretig en soms wat langzamer lees ik de verhalen. De verhalen van mijn jeugd waardoor ik veel beter begrijp waarom ik nu doe wat ik doe en wat nodig is om het anders te gaan doen. Door mezelf te laten zien en in gesprek te gaan met de mensen om mij heen, ontstaat er echt contact. En heel langzaam durf ik af en toe tegen mezelf te zeggen: het is goed zoals je bent. Ik ben er nog lang niet, maar op de goede weg.

  9. Goed geschreven. Ik ben bijna 55 en op tijd (18) met heel veel moeite weggegaan. Maar ik heb het nooit een sekte durven noemen. Heb altijd gedacht dat ik sterk was omdat ik me eruit gevochten had. Nu zie ik pas hoe het mijn leven is blijven beïnvloeden en hoe beschadigd ik ben. Hoe wij als gezin gebruikt zijn.
    Ik wist het. Maar ik heb nooit durven erkennen dat we daadwerkelijk slachtoffer waren van een megalomane, narcistische gek die alleen maar nam.
    Goed geschreven Jack Splunter. En nog eens hulde aan Renske Doorenspleet voor het zorgvuldig op een rijtje zetten waar ik zelf niet bij kon.
    Het was een sekte en er is ons iets aangedaan.

  10. Dankjewel Jack voor je heldere uiteenzetting. De gevolgen van het leven in een sekte als het apgen zijn inderdaad ingrijpend. Voor mij hield dat echter niet op in 2001… Hoewel apostel Riemers en Wiegman zichzelf niet meer als eigentijdse Christus presenteerden, zijn ook zij opgevoed in de “gedachtenwereld” van de apostelen Slok, en daarmee bleef een cultuur die inmiddels diep geworteld was in haar volgelingen, bestaan! Een eigen/apart taalgebruik, groepsdruk, uitsluiting, indoctrinatie, verantwoordelijkheidsgevoel jegens elkaar en de gemeenschap, beknelling, schuldgevoel, de mantel der liefde… ik heb het tot mijn vertrek in 2018 allemaal ervaren. Er is nu vooral schaamte omdat ik het niet gezien heb en er zo lang deel van was…

  11. Een voortreffelijk artikel. Ik herken alles wat Jack schrijft, ook al ben ik al 48 jaar weg. Het was absoluut een sekte. Ik was een van de jongeren die begin 70’er jaren vertrokken. Een heel zwaar proces toen. Maar de beste beslissing van mijn leven. De relatie met mijn ouders is daardoor levenslang complex geweest, maar contact is er altijd gebleven. Door het boek van professor Doorenspleet is het tot mij doorgedrongen dat het ag aandrong op het verbreken van contacten met “afvalligen”, zoals ook in bovenstaand artikel wordt aangehaald. Dat heb ik nooit geweten. Des te meer kan ik nu waarderen dat mijn ouders mij nooit hebben laten vallen. Postuum helaas, maar toch.

  12. Aan de éne kant ben ik door dit geloof sterk gemaakt en aan mijn andere kant werd ik ernstig verzwakt, door de kritiek en macht die werd uitgeoefend over mij en de “chaos aan wijzigende inzichten” waardoor ik mijn levensspoor en gevoel bijster raakte, onontwarbaar verknoopt.

  13. Ben nu bijna 30 jaar uitgetreden maar ik ben tot voor kort verstrikt gebleven in het verleden, ik kwam er maar niet uit. Het apgen bleek voor mijn karakter de totaal verkeerde toevoeging, een soort giftige pil…… Na uittreding jarenlang een zichzelf herhalend patroon, van het pad de berm in en weer terug, zeer heftige en pijnlijke ervaringen met grote aanpassingsproblemen in het normale leven, daardoor weliswaar onder de mensen maar in totale eenzaamheid. Pijn, schaamte en verwarring door het verleden. Verloren jaren, verloren kansen. Ons gezin is totaal verscheurd tot op de dag van vandaag. We zijn flink in de maling genomen. Tot voor kort was ik hierover nog regelmatig woest maar ik wil mijn verdere leven niet nog langer laten vergallen door boosheid, pijn en verdriet vanwege mijn verleden bij het apgen. Ik ben blij te lezen dat er lotgenoten zijn, dat maakt mij gevoelsmatig iets minder eenzaam.

  14. Beste jack, Helder omschreven en alles kan ik beamen 🙂 om maar even in de cultuurtaal te spreken.
    Ik ben opgevoed in het apgen onder Slok sr. en weggegaan in 1983 op mijn 17e. Was niet meer te doen om langer te blijven na vele gebeurtenissen in mijn jeugd. Ik voer toen alleen op gevoel en heb me enorm eenzaam gevoeld……………… Thuis veel strijd maar altijd contact gehouden met mijn ouders. Sinds ik het boek van Renske heb gelezen weet ik dat ik niet alleen ben en dat ik het toen goed heb gezien, hoe triest dit eigenlijk ook is. Het is een boek dat mij woorden heeft gegeven aan mijn bevindingen en keuze van destijds. Nu jaren later heeft het boek er ook voor gezorgd dat ik met mijn ma weer in gesprek ben over mijn ervaringen van destijds en mijn gevoelens zonder met de vinger naar mijn opvoeding te willen wijzen ( mijn vader is helaas overleden) Ik had het gewoonweg geparkeerd en ben de wijde wereld in getrokken. Ondanks dat het apgen heeft beweerd dat ik zonder hen nooit gelukkig zou kunnen worden is me dat toch gelukt 😉 ondanks vele klappen die het leven je geven kan. Ik heb geen invloed gehad wat mij destijds is overkomen maar heb in mijn leven wel keuzes gemaakt waardoor mijn kinderen dit niet hebben hoeven meemaken, zelfstandige kritische denkers zijn en weloverwogen hun eigen leven leiden. waarin zij nooit afhankelijk zullen zijn van de mening van 1 sektarische leider! Aan iedereen die negatieve gevolgen ervaart wil ik graag nog zeggen, heel veel sterkte met het verwerken van dit leed. Schaam je nooit! Het is ons aangedaan en wij hebben de wijsheid gehad om ermee te stoppen. Zoek steun bij elkaar als je daar behoefte aan hebt op de bovenvermelde sites of professioneel.

  15. Dank je Jack, je hebt het zeer verhelderend en herkenbaar verwoord. De invloed van deze “beweging” in mijn jeugdjaren draag ik al sinds mijn vertrek in ’75 met me mee.
    En hoe die invloed me nog steeds (on)bewust parten speelde en nog speelt werd me pas duidelijk na het lezen van Apostelkind van Renske Doorenspleet. Zo diep zijn de sporen, te gek voor woorden en ronduit misdadig te noemen.
    Er mag veel worden gevraagd van de huidige organisatie om ons financieel schadeloos te stellen, te erkennen in onze beschadigingen en leed, en in het openbaar boete te doen. Een slordige 400 miljoen aan middelen, ontfutseld aan de hardwerkende onmondige volgers, het rijke leven van de elite en de zelfverheerlijking van het “opperhoofd”…het maakt me nog steeds misselijk …
    Onze getuigenissen en comments zijn pas het begin…..

  16. Bedankt Jack,
    je hebt de spijker op z’n kop geslagen en het treffend verwoord, in je beschrijving van het Apostolische toneelstuk van de jaren ’70 en ’80. Waar velen van ons ongewild een rol in speelden. Kritiekloze kost in je opnemen, lief doen, en mensen een beetje naar de mond praten dat werd gezien als een Apostolische deugd (ouderwets woord maar wel toepasselijk).

    Het zijn vaak de gevoeligen die met zichzelf in de knoop komen te zitten, als ze merken dat dingen niet kloppen. Ik kan pas sinds een jaar of tien weer bij mijn echte gevoel komen. En merk dat ik nu pas oprechte woede voel als ik aan het genootschap (terug) denk.

    Ze draaien nog steeds om de hete brij heen, gebruiken wollig verhullend taalgebruik, en zijn nog steeds erg overtuigd van hun eigen meerwaarde voor de maatschappij.

    Mijn periode in het genootschap heeft zich gekenmerkt door: vervreemding van mezelf, sociale onhandigheid, aanpassend, pleasend. ontwijkend, en eenzaam. Om je oren worden geslagen met mooie woorden, een utopisch wereldbeeld voorgeschoteld krijgen en het vaak niet voelen. En toch niet door hebben dat ik buiten deze psychologische gevangenis mijn geluk moest zoeken. ik ben overigens redelijk intelligent en dat maakt het lastiger om het een plek te geven.

    27 jaar geleden heb ik daar de deur achter mij dichtgetrokken. Sinds het boek van Renske verscheen en ik de online versie heb gelezen is alles wat ik rationeel had weggestopt vijf keer sterker teruggekomen maar nu in mijn hart, en dat doet nog regelmatig pijn. Maar gelukkig zijn er nu online medestanders met gelijksoortige ervaringen en dat maakt sterk.

    Bedankt lieve moedige mensen voor jullie gedeelde verhalen.

  17. Prima weergave van:
    1) het dictatoriale en manipulerende beleid binnen het – toen – sectarische Apostolisch Genootschap onder de daarvoor verantwoordelijke apostelen Slok sr. en jr.;
    2) de uiterst schadelijke effecten daarvan op vooral de toenmalige jonge leden en hun ontwikkeling;
    3) de verstopte, toedekkende en alles behalve open wijze waarop hiermee werd en wordt omgegaan binnen het ApGen en haar gemeenschappen.
    Ik snap niet dat ik als kritisch ondernemingsraads- en vakbondslid vanaf 1970 (toen ik mijn apostolische vrouw leerde kennen) 5 jaar lang deel heb willen uitmaken van zo’n zo’n sectarische en dictatoriale geloofsgemeenschap. Mijn beslissing om onze 2 daarna geboren kinderen mee te laten gaan met mijn vrouw naar het ApGen begrijp ik evenmin. Ik heb van die beslissing nog steeds heel veel spijt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *