Het Meldpunt III

In december 2020 werd naar aanleiding van de vele reacties die Apostelkind had losgemaakt een meldpunt ingericht door het Apostolisch Genootschap.

Eerder deze week plaatsten we al een kritische open brief. Vandaag mogen we een messcherpe analyse plaatsen van een andere direct-betrokkene. Onderstaande analyse is ook aan Bert Wiegman gezonden.

HET MELDPUNT

Op 1 december jl. werd het langverwachte meldpunt geopend. Daar valt van alles over te zeggen, zoals over de sfeer van de betreffende website, de taalvaardigheid (of het gebrek daaraan) van de mevrouw die het meldpunt vooralsnog bemant, allerlei minor points die niettemin irritatie veroorzaakten bij een flink aantal mensen. Ik was zelf ook geïrriteerd, zeg maar gerust boos, maar mijn irritatie richtte en richt zich vooral op de regeling zelf. Zonder uitputtend te zijn – er is vast nog meer over te zeggen – wil ik hier graag bespreken waarom ik de meldpuntregeling zoals die op dit moment is opgezet een juridische aanfluiting vind en opnieuw een regeling die vooral voor de bühne opgezet lijkt. Ik heb die visie overigens ook middels een brief aan de huidige bestuursvoorzitter (apostel Wiegman) kenbaar gemaakt.

Meldpunt onderbezet en onvoldoende operationeel 

Ons is herhaaldelijk toegezegd dat er op 1 december jl. een werkend meldpunt zou zijn. En inderdaad was er op die datum een website online, bemand door een dame waar je je verhaal heen kunt sturen en die slechts drie uur per week telefonisch bereikbaar is én die nog geen collega’s heeft. Van een werkend meldpunt en een bijbehorende adviescommissie die zaken kan beoordelen en kan toetsen is mijns inziens dan ook nog geen sprake, ondanks eerdere toezeggingen en beloftes. Wél was er op 1 december jl. online een uitgewerkte meldpuntregeling te downloaden, in de vorm van een 11 bladzijdes tellend juridisch document bestaande uit 53 artikelen. Daar is in elk geval merkbaar wél veel aandacht aan besteed.

Negeren vragen en behoeftes slachtoffers

De huidige regeling is – opnieuw – uitsluitend opgezet vanuit het perspectief van het Apostolisch Genootschap. Het doel wordt in het voorwoord omschreven als ‘het zoeken van verbinding, begrip en verzoening’. Dat zijn woorden die prachtig klinken, en wellicht zelfs oprecht zijn, maar waaraan het grootste deel van de beschadigde leden volstrekt geen behoefte heeft. Ik baseer mijn mening hierover op mijn lidmaatschap van de diverse lotgenotengroepen van apostelkinderen op Facebook, te weten IAP (ongeveer 300 leden, lang lid van geweest) en ZAP (ruim 100 leden, thans lid van), en hetgeen daar onderling wordt en is besproken. Met het formuleren van een dergelijke doelstelling wordt dus doelbewust voorbijgegaan aan de fundamentele ervaringen en behoeftes van de beschadigde (oud-)leden, die al maandenlang op alle mogelijke manieren door ons worden gecommuniceerd (ter herinnering: o.a. 140 gesprekken), en kiest het genootschap er opnieuw nadrukkelijk voor alleen zijn eigen agenda en behoeftes te volgen onder de vlag van tegemoetkomen aan de slachtoffers. Maar de enige vraag die telkens opnieuw door ons wordt gesteld is die van erkenning, niet alleen erkenning van het geleden leed, maar ook en vooral erkenning van de bron daarvan, namelijk het eenhoofdige dictatoriale bestuur en de gedwongen verafgoding van de apostelen Slok sr. en Slok jr., alsmede van de diepgaande en beschadigende programmering die daar ten tijde van onze jeugdjaren het gevolg van was. Voor dat eerste – erkenning van het leed – is onder behoorlijk wat druk onzerzijds uiteindelijk een formeel excuus van het genootschap gekomen in oktober jl. Voor dat tweede – de verantwoordelijkheid van de heren Slok en de dictatoriale cultuur – duikt het Apostolisch Genootschap nog steeds weg, met algemeenheden als ‘normerende en uniformerende cultuur’ en openlijke en bedekte verwijzingen naar de verantwoordelijkheid van verzorgers in zowel externe als interne communicatie, alsmede door het intrekken van de toezegging hier verder onafhankelijk onderzoek naar te laten doen, alhoewel dat eerder wél was toegezegd. 

Twijfelachtige noodzaak gevraagde details 

Er wordt bij de aanvraag via de website gevraagd in welke gemeenschap je hebt gevolgd en in welke periode, hoewel antwoord daarop niet verplicht is. In de context van een aanvraag bij het meldpunt is deze vraag in zijn algemeenheid volstrekt irrelevant, en indien wel relevant zal dit uiteraard beschreven worden in de aanvraag zelf. Dat roept vraagtekens op waarom deze vraag überhaupt wordt gesteld. Wellicht is ze bedoeld als controlevraag om niet-apostolischen die willen meeliften op de schadevergoedingsregeling te weren, hoewel het zeer onwaarschijnlijk is dat mensen zonder apostolische wortels zelfs maar van het meldpunt zouden hebben gehoord. Het lijkt dan ook waarschijnlijker dat het genootschap deze informatie zelf graag wil hebben, en alleen op deze manier kan verzamelen aangezien het meldpunt verder de inhoudelijke aanvragen anoniem afhandelt. En nadat het genootschap zowel extern (in hun formele openbare excuses) als intern (o.a. interview Rob Groen in De Stroom) de focus steeds maar verlegt van de centrale dictatoriale aansturing naar de uitvoerenden/verzorgers die geen andere opties hadden dan ‘volgen’ of ‘vertrekken’ met alle consequenties van dien, en die bovendien veelal waren geselecteerd op volgzaamheid en ‘zegt U het maar, het Uwe luistert’, is het moeilijk de gedachte te onderdrukken dat gevraagde informatie wordt verzameld zodat deze in de toekomst gebruikt kan en ook zal worden als argument om opnieuw de verantwoordelijkheid op de verkeerde plaats te leggen, namelijk bij de voorgangers en verzorgers. Immers, dat lijkt ook nu steeds al de strategie. Ik vind een dergelijke verplaatsing van de verantwoordelijkheid bijzonder laakbaar en niet in overeenstemming met de werkelijkheid waarvan we allemaal weten hoe die echt was, en ik vind het verzamelen van informatie die kan worden gebruikt om een dergelijke verdraaiing van de werkelijkheid te ondersteunen dan ook zeer misplaatst. En mocht iemand twijfelen over hoe het werkelijk was, en oprecht geloven dat wij misleide zielen zijn, luister dan eens naar wat diensten van apostel Slok Sr. zo rond de tachtiger jaren, waarvan de audiofiles te vinden zijn op de website van het genootschap zelf. Neem er eens een willekeurige liederenbundel bij, ongeacht van welk koor, uit diezelfde periode. Durf eens écht te kijken en luisteren. Het is echt onbegrijpelijk dat een bestuur dat pretendeert schoon schip te willen maken de werkelijkheid toch zo blijft toedekken, vervormen en naar zijn hand zetten, en het maakt ook ontzettend boos. Want het is de ultieme ontkenning van alle slachtoffers. Je kunt discussiëren over beleving, en verschillende ervaringen hebben in hoeveel schade je daardoor persoonlijk wel of niet hebt opgelopen. Maar de fundamentele ontkenning en het eindeloze toedekken en verdraaien van de dictatoriale eenhoofdige aansturing en de bijbehorende systematische programmering in elk denkbaar opzicht brengt aanhoudend nieuwe schade toe aan de mensen die het genootschap zégt te willen helpen. Het lijkt alsof dit niet werkelijk door het bestuur wordt beseft, of nog erger: als het wel wordt beseft kan het ze blijkbaar niet schelen. Het imago en de organisatie zijn blijkbaar belangrijker dan beschadigde (ex-)leden. Het brengt bovendien een aantal van de huidige leden, die ook last hebben gehad van deze situatie, in gewetensnood, omdat ze ofwel moeten meegaan in een aanhoudende cultuur van toedekken, verzachten en vervormen, en daarbij moeten voorbijgaan aan hun eigen ervaringen, dan wel hun eigen ervaringen serieus moeten nemen en in conflict komen met hun apostolisch-zijn. Ook dat kan toch niet de bedoeling zijn. 

Nutteloze meldpuntfuncties

De functie-inhoud van het meldpunt. Op de website, in de regeling (art. 3 t/m 10) en in de brieven van het aanspreekpunt van het meldpunt worden de voornaamste functies van het meldpunt omschreven als het bieden van een luisterend oor (delen en plek geven van ervaringen), het eventueel in contact brengen van gesprekspartners, alsmede het verwijzen naar geschikte hulp en/of lotgenoten contact. Het is nauwelijks te geloven dat het bestuur van het genootschap oprecht denkt dat hieraan behoefte is in de vorm die wordt aangeboden. Dit gaat over beschadigde mensen, die veelal al járen geleden afscheid hebben genomen van het Apostolisch Genootschap, en die later in hun leven vastliepen, meestal zonder te beseffen dat hun psychische problemen veroorzaakt waren door hun apostolische opvoeding en de periode dat zij deel uitmaakten van het Apostolisch Genootschap. Gelooft het bestuur werkelijk dat geen van deze mensen tijdens die worsteling zélf op het idee is gekomen om via de huisarts een psycholoog of psychiater te zoeken, en dat deze nu alsnog een meldpunt nodig hebben om hen daarbij te helpen? Dat hebben ze in het verleden immers bijna allemaal al zelf gedaan (bron: IAP/ZAP). De problematiek waarmee werd en wordt geworsteld bleek daarbij opvallend overeenkomstig; o.a. problemen met identiteit, assertiviteit, grenzen, zelfbeeld en PTSS/dissociatieve reacties. Of gaat het over de vragen die mensen kunnen hebben betreffende specifieke hulp waarbij de religieuze context centraal staat? In dat geval zijn er via internet moeiteloos uitstekende sites te vinden die lijsten bijhouden van ervaren hulpverleners die gespecialiseerd zijn in RTS (Religieus Trauma Syndroom) en deprogrammering van religieuze indoctrinatie, en het is onwaarschijnlijk dat het meldpunt meer gespecialiseerde hulpverleners zou kunnen noemen dan genoemde sites, er is immers in Nederland een schreeuwend tekort aan deskundigen op dit gebied. Dus nogmaals: wat voor toegevoegde waarde heeft het meldpunt dan? Of gaat het over lotgenoten contact – ook dat is inmiddels op eigen kracht goed georganiseerd, getuige eerder genoemde bloeiende Facebookgroepen IAP en ZAP? En tenslotte: je laten horen aan of in gesprek gaan met het genootschap: ook dát is de afgelopen negen maanden al ruimschoots gedaan, door wie dat wilden, via email, individuele gesprekken, brieven of dialooggesprekken. De enige echte groep voor wie een dergelijk luisterend oor en doorverwijzing wellicht nog een toegevoegde waarde zou kunnen hebben, zijn de mensen die tot nu toe nog niet beseften (of beseffen) dat hun apostolische opvoeding ze heeft gepredispositioneerd tot moeilijkheden met zichzelf en anderen en die juist nu hulp nodig hebben, of diegenen die geen weet hebben van IAP of ZAP. En dat brengt me bij het volgende punt.

Nalaten actief benaderen (ex-)leden

Op geen enkele wijze is in de presentatie van of de communicatie over het meldpunt ook maar ergens iets naar voren gekomen over het actief benaderen van potentieel benadeelden (de vele tienduizenden ex-leden, mogelijk ook huidige leden). Om daadwerkelijk te kunnen functioneren en inderdaad laagdrempelig toegankelijk te zijn heeft een meldpunt (elk meldpunt) minimaal bekendheid nodig. Om die bekendheid daadwerkelijk te genereren voor dit meldpunt, is een actieve houding van het genootschap nodig. Publicaties in landelijke dagbladen, desnoods deelname aan praatprogramma’s – dáár zichtbaar zijn waar mensen informatie tot zich nemen. Er hangen in heel Nederland abri’s vol mooie advertenties voor lezingen waarbij het Apostolisch Genootschap bekende mensen als o.a. Stine Jensen heeft ingehuurd, maar nergens lijkt door het genootschap ook maar de minste poging te zijn gedaan om zijn oud-leden te bereiken. Niet ten tijde van de dialooggesprekken, waarbij het dan niet de toevallige honderdveertig zouden zijn geweest die het boek hebben gelezen maar waarschijnlijk een veelvoud daarvan, en ook niet nu, nu in de meldpuntregeling wordt gesteld dat het doel is te verbinden en verzoenen. Dit gaat om enkele tienduizenden mensen, die al dan niet lang geleden afscheid hebben genomen van het genootschap, en die misschien nog nooit van Apostelkind, dialooggesprekken, IAP/ZAP of het meldpunt hebben gehoord. Maar het Apostolisch Genootschap doet (in elk geval tot nu toe) geen enkele poging ze daadwerkelijk te bereiken. Opnieuw: mooie woorden zonder enige inhoud. Want hoe kun je nou verbinding maken als je die ander niet opzoekt?

De adviescommissie – schijn bedriegt

Dan wat betreft de regeling waarbij je in aanmerking kunt komen voor vergoeding; het tweede spoor van het meldpunt, via de onafhankelijke adviescommissie (art. 11 en verder). Die adviescommissie is bemand door – pardon: gaat nog bemand worden door – externe en van het genootschap onafhankelijke medewerkers, één voorzitter en twee met een – uitgebreid beschreven – hulpverleningsachtergrond, zijnde een psycholoog of psychiater en een coach/mediator (art. 11). Dat oogt goed, beter dan destijds met Bureau Dialogue waarbij dit allemaal niet zo goed geregeld was. Tot je verder leest. Want:

De adviescommissie wordt voorgezeten door een meester in de rechten én bijgestaan door een secretaris die ook meester in de rechten moet zijn (art. 11). Daarmee verschuift het evenwicht in de commissie van ‘een’ voorzitter met twee hulpverleners (de eerste beschrijving) naar een commissie bestaande uit twee juridisch goed geschoolde mensen, samen met een gedragswetenschapper en een coach die minder gewicht in de schaal legt (geen wetenschapper immers). Dat is echt iets heel anders. En het is lastig dan nog het gevoel dat het vooral over geld gaat en de menselijke zijde ondergeschikt daaraan is af te schudden.

De kier in extern, onafhankelijk en anoniem

De externe en onafhankelijke commissie, bestaande uit van het genootschap onafhankelijke leden, kan worden aangevuld of vervangen door leden aangedragen door het bestuur (art. 11). Hè? Daar gaat de onafhankelijkheid. En de anonimiteit. Naar believen kunnen er blijkbaar willekeurig mensen door het bestuur aan de adviescommissie worden toegevoegd of kunnen mensen worden vervangen – zonder de eerder gegeven garantie van extern en onafhankelijk, en ook zonder enige opgaaf van redenen. Dat opent de deur naar het vervangen van commissieleden die wellicht in de ogen van het genootschap een koers varen die niet overeenkomt met de agenda van het genootschap, of het verschuiven van het evenwicht in de commissie dan wel meekijken of invloed uitoefenen in de commissie door nog toe te voegen – en misschien niet zo onafhankelijke –  nieuwe leden. Bovendien is ook de garantie van anonimiteit waardeloos zodra dit het geval kan zijn. Het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk dat in een dergelijk verder volkomen dichtgetimmerd juridisch document deze ruimte ‘per ongeluk’ is ontstaan. Het bestuur van het apostolisch genootschap geeft zichzelf daarmee dus het recht de complete invulling van de externe adviescommissie en de gegarandeerde externe onafhankelijkheid en anonimiteit daarvan zonder toetsing door wie dan ook naar believen anders in te vullen, d.w.z. de regels kunnen elk moment worden gewijzigd indien het resultaat niet bevalt. Heel bijzonder allemaal.

Hertraumatiserende besluitvorming

De zogeheten externe en onafhankelijke commissie geeft uitsluitend een anoniem advies aan het bestuur van het genootschap (art. 34), maar het bestuur beslist over de aanvraag (voorwoord en art. 39). Nogmaals: hè? Maar het staat er echt. Het bestuur van het genootschap beslist over de aanvraag. De enige conclusie is dan ook dat er uiteindelijk aan deze procedure helemaal niets onafhankelijks is, externe commissie of niet, al blijven de dossiers wel bij de commissie en is de procedure in principe anoniem (in principe, zie vorige alinea). Maar anoniem of niet, elke aanvrager is hoe dan ook uiteindelijk volledig en uitsluitend afhankelijk van de goodwill en beslissing van het bestuur van het genootschap. En gezien alle eerdere mooie woorden en matige uitvoering tot nu toe belooft dat m.i. niet veel goeds. Een dergelijke procedure houdt bovendien op schokkende wijze de afhankelijkheid van de slachtoffers ten aanzien van de dader in stand, wat niet alleen een doodzonde is voor een ‘onafhankelijk’ meldpunt waar slachtoffers zich kunnen melden voor schadevergoeding, maar tevens hertraumatiserend kan werken.

Het besluit dat het bestuur vervolgens neemt, is op geen enkele wijze aanvechtbaar (art. 48). Ook hier opnieuw de schokkende machtsongelijkheid die door het bestuur van het Apostolisch Genootschap in de regeling wordt ingebouwd en geclaimd, en de daaruit voortvloeiende afhankelijkheid van de slachtoffers van datgene wat het bestuur in zijn oneindige wijsheid besluit. Wat schandalig, voor een procedure die extern en onafhankelijk geborgd zou zijn. 

Bagatellisering problemen en omkering bewijslast

Bij dit alles geldt dat iemand om überhaupt voor enige vergoeding in aanmerking te komen, moet aantonen dat hij of zij geestelijk heeft geleden onder beknelling, miskenning en pijn, anders dan psychisch onbehagen of onwelbevinden, veroorzaakt door het genootschap (zie begripsomschrijving geestelijk lijden, pag. 2 en art. 34). Opnieuw: hè? Waarom wordt psychisch onwelbevinden uitgesloten van de regeling? Dat vormt immers de kern van vrijwel alle psychische problematiek, en is als zodanig ook een classificerend onderdeel van veel psychiatrische diagnoses? Wat is dan de maat waar ‘psychisch onwel bevinden’ in ‘lijden’ overgaat en door wie of wat wordt dat bepaald? En hoe moet iemand dit aantonen dan? Als er door het genootschap publiekelijk excuses zijn gemaakt (oktober jl.) is toch meer dan duidelijk dat het echt niet oké was. Hoe kan dan nu van mensen die destijds nota bene kind waren (!) worden verwacht dat ze hiervan nadere tekst en uitleg kunnen geven? Wat een omkering van de bewijslast! Zo worden de slachtoffers opnieuw getraumatiseerd. En zo worden ook efficiënt meldingen voorkomen, de meeste mensen willen deze ellende helemaal niet over zich afroepen en willen niet het risico nemen opnieuw voor raddraaier zonder duidelijk verhaal uitgemaakt te worden. Van de hele grote groep leden en ex-leden die schade hebben geleden, door wat het genootschap telkens maar niet wil benoemen, wordt nu door de eng gehanteerde definitie van geestelijk lijden een grote groep slachtoffers uitgesloten van de regeling, terwijl voor de overigen de bewijslast daarvan opnieuw bij het slachtoffer wordt gelegd. Schandalig, vooral na de openbare excuses. Deze zouden echt genoeg moeten zijn om het lijden ‘aannemelijk’ te doen zijn zonder al deze beperkingen en uitsluitingen.

Ontoereikende uitkeringen

De bedragen die worden genoemd als tegemoetkoming voor zowel gediagnosticeerde als ongediagnosticeerde problematiek (art. 34) zijn bij lange na niet genoeg om genoemde schade ook maar enigszins te dekken. Ja, een traject in de GGZ wordt door de verzekeraar vergoed. Helaas is de GGZ maar beperkt in staat psychische problematiek afdoende te behandelen, en zoeken velen noodgedwongen een – al dan niet aanvullende – behandeling buiten de GGZ, die veelal zelf bekostigd moet worden. De kosten van dergelijke sessies liegen er niet om. Alternatieve hulp ligt gauw rond de €100,- per sessie, psychotherapeuten en psychiaters in de vrije sector rekenen €120,- tot €150,- per uur. Met een bedrag van €2500,- kan iemand dan met een beetje geluk vijftien tot twintig sessies doen bij een goede vrijgevestigde psychotherapeut of psychiater, net een ruim kwartaal dus. Dat is bij lange na niet genoeg als je diepgaande problemen hebt op het gebied van identiteit en persoonlijkheid, die bovendien lang niet altijd in een formele (DSM-V) diagnose zijn te vangen. Mensen volg(d)en vaak jarenlange psychotherapietrajecten, of moeten deze nog volgen. En dan gaat dit alles nog uitsluitend over materiële schadevergoeding en is smartengeld of andere materiële of immateriële schade nog niet eens meegeteld. Was de regeling niet beloofd ruimhartig en maatwerk te zijn? De realiteit blijkt heel anders.

Onmogelijke verklaringen

Voor mensen met een psychiatrisch gediagnosticeerde stoornis heeft het genootschap een iets ruimer budget van €5000,- uitgetrokken (art. 34). Los van het feit dat ook dit bedrag bij lange na de kosten niet dekt, laat staan dat het tegemoet komt aan overige materiële en immateriële schade, is het een fundamenteel probleem dat om hiervoor in aanmerking te komen een verklaring moet worden overlegd van een arts of psychotherapeut waarin een causaal verband tussen de geestelijke problemen en de apostolische opvoeding wordt gelegd (art. 34 b en c, art. 35). Dit is in één woord onmogelijk. Ten eerste is RTS (Religieus Trauma Syndroom) uitsluitend een werkdiagnose en vooralsnog niet opgenomen in de DSM-V, het diagnostisch handboek van de psychiatrie. Dit betekent dat het onmogelijk is om een formele diagnose te krijgen waarin een dergelijke causaal verband wordt bevestigd. Maar ook los daarvan zijn professionele beroepsbeoefenaars over het algemeen – terecht – uiterst terughoudend dergelijke causale verbanden te bevestigen, zelfs al wordt de behandeling er volkomen op gebaseerd. Immers, ze zijn er niet rechtstreeks bij geweest en het is onethisch causale verbanden te bevestigen zonder daar direct getuige van te zijn geweest en dus ook not-done in de professionele praktijk. Maar zelfs in het uitzonderlijke geval dat een deskundige bereid is dit verband wél te onderkennen én ook nog te bevestigen, dan nog is het hem of haar door de beroepsverenigingen verbóden (!) inhoudelijke rapportage betreffende de psychische gezondheid van hun cliënten voor andere dan medische doeleinden te verstrekken, en meer in het bijzonder is er ook een verbod op concluderende informatie, vooral indien daar financiële belangen mee zijn gemoeid zoals bijvoorbeeld bij schadevergoedingen. Ook tuchtrechters hebben zich in diverse zaken herhaaldelijk expliciet op dit standpunt gesteld en daar deskundigen op berispt. De enige optie voor een dergelijke verklaring zou dan nog een verklaring van onafhankelijke (d.w.z. niet behandelende) collega kunnen zijn – maar die kent de betreffende niet en moet het uitsluitend op basis van het dossier doen, waarin een dergelijk causaal verband per definitie ontbreekt (zie hierboven), en ook deze deskundige is gebonden aan de beroepscode en het tuchtrecht en mag dus geen concluderend rapport opstellen. Samenvattend is het daarmee in Nederland dus volstrekt onmogelijk de door het genootschap verlangde verklaring over een causaal verband te verkrijgen en deze bij genoemde adviescommissie aan te leveren, waarmee deze route voor iedereen volledig is afgesloten. Dat kan wel of niet de bedoeling van het genootschap zijn geweest. Maar het is in elk geval heel efficiënt.

Hetzelfde geldt overigens voor de in artikel 32 beschreven eventuele extra verklaringen van deskundigen, hoewel minder duidelijk is welke deskundigen hier worden bedoeld. Maar ook daar geldt dat beroepsverenigingen en tuchtrechters verregaande beperkingen hebben opgelegd aan hun leden wat betreft het verstrekken van informatie over problematiek dan wel oorzakelijke verbanden in de context van schadevergoedingen.

Imagoschade en financiële schade beperken

Tot slot. Het meldpunt met bijbehorende regelingen was eerder door het bestuur van het Apostolisch Genootschap aangekondigd als een ruimhartige –  en later als informele en laagdrempelige regeling, waarbij er tevens sprake zou zijn van individueel maatwerk. Genoemde termen komen (met uitzondering van ruimhartig) ook op diverse plaatsen terug in de regeling. Maar hoe laagdrempelig en informeel is een regeling als je je door een 53 artikelen tellend juridisch document heen moet worstelen? Hoe ruimhartig is de regeling, als de daarin genoemde bedragen nauwelijks voldoende zijn voor een psychotherapietraject, laat staan dat alle andere schade – materieel en immaterieel – wordt vergoed of ook maar enigszins financieel aan tegemoet gekomen, waarbij bovendien de route naar een (iets) hogere vergoeding effectief onmogelijk is gemaakt? Waar is in deze het individuele maatwerk; een sessie therapie meer of minder vergoed? En als je je verhaal moet ‘bewijzen’ in plaats van dat de eerder gemaakte excuses voldoende aannemelijk maken dat een grote groep heeft geleden?

De enige conclusie, na het doorworstelen van deze 53 artikelen, kan dan ook helaas alleen maar zijn dat de ‘externe’ en ‘onafhankelijke’ adviescommissie feitelijk een wassen neus is, een feestje voor de bühne, uitsluitend bedoeld om de goede bedoelingen van het genootschap te etaleren en er – vanuit het perspectief van het genootschap – met zo min mogelijk schade van af te komen, zowel in financieel opzicht als qua imago. Bovendien is vrijwel elk van die 53 artikelen zo geformuleerd dat alles wat extern geborgd zou kunnen en moeten zijn, toch uiteindelijk door het genootschap aangepast en gewijzigd kan worden. En mocht de adviescommissie toch het genootschap onwelgevallige aanbevelingen doen, geen nood, want het bestuur besluit uiteindelijk over de toegekende vergoedingen. Waarmee elke aanvrager opnieuw volledig is overgeleverd aan de genade van het bestuur van het Apostolisch Genootschap dat alle touwtjes stevig in handen heeft en houdt, en er van een werkelijk onafhankelijk en extern meldpunt geen sprake is, laat staan dat de meldpuntregeling ook maar in enige vorm recht doet aan de aanhoudende vraag van een groot deel van de slachtoffers naar erkenning van de dictatoriale structuur en/of het opzetten van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Deze meldpuntregeling houdt bovendien aantoonbaar in belangrijk opzicht de dader-slachtoffer dynamiek in stand, doordat de dader zich veroorlooft alles eenzijdig te bepalen, en bovendien ‘verbinding en verzoening’ als doel propageert, terwijl bij een werkelijk onafhankelijk en extern meldpunt niet de belangen van de daders maar die van de slachtoffers centraal zouden moeten staan en anonimiteit en externe onafhankelijkheid ook daadwerkelijk in de procedures zijn gegarandeerd. Daarmee is de huidige regeling niet alleen uiterst ontmoedigend maar ook potentieel hertraumatiserend. En voor wie dat allemaal nog niet voldoende is, citeer ik ook graag nog een tweetal kernachtige artikelen van de meldpuntregeling: 

Artikel 44

De interpretatie van deze regeling is voorbehouden aan het bestuur.

Artikel 53

Deze regeling kan door het bestuur worden gewijzigd of ingetrokken.

En als allerlaatste drong bij het herlezen van de meldpuntregeling de betekenis van dit artikel pas écht tot me door:

Artikel 6

Door  het indienen van de aanvraag geeft de aanvrager aan akkoord te gaan met de inhoud van deze regeling.

Dus mocht je de regeling ontoereikend vinden of een andersoortige juridische claim overwegen, denk dan nog eens goed na voor je je meldt bij het meldpunt, want als je dat doet ben je vervolgens echt elk recht van spreken kwijt. 

Waarvan akte.

De auteur is bekend bij de redactie.

30 reacties op “Het Meldpunt III

  1. Steengoede analyse. Artikel 6 is de reden dat ik helemaal niets opstuur naar het meldpunt. Maar ik deel ook alle andere kritiekpunten op het meldpunt. Deze regeling is echt alleen maar voor de bühne. Echt ontzettend kwalijk dat dit nu zo gaat en dat mensen die echt geleden hebben onder hun opvoeding en tijd in het apostolisch genootschap zo ontzettend in de kou gezet worden.

  2. Scherpe analyse, solide onderbouwing …
    En inderdaad … hidden in plain sight, art. 6, de aandacht gaat naar 5 en 7 i.v.m. het gevraagde aldaar, je verwacht daar geen disclaimer tussen.
    Wat een sneue toestand eigenlijk …

  3. Het onderbuik gevoel wat ik vanaf het begin had over het meldpunt, staat hier gewoon, dit is het wat niet klopt en dat is nogal wat. Applaus voor de auteur van dit stuk! Voor een leek, als ik, begin je niet aan een melding, bang dat ik nog meer ellende van het apostolisch genootschap tot me krijg. Terwijl ik heel graag wil weten, of de zelf gekozen dood van mijn vader te wijten is aan het apostolische regime van des tijds. Weinig zal daarover te bewijzen zijn. Maar zoveel ellende heeft dit veroorzaakt tot aan de dag van vandaag.

  4. Prima analyse van de Meldpuntregeling en van de slechte wijze waarop het Apostolisch Genootschap (ApGen)omgaat met:
    a)De pik zwarte bladzijden, zoals ik ze noem, in haar geschiedenis of te wel de periodes onder de dictatoriale en manipulerende apostelen Slok sr. en jr., die een voor de leden en vooral voor de jeugdleden (inclusief hun ontwikkeling) uiterst schadelijke cultuur creëerden en instand hielden. Het ApGen dekt dit helaas nog steeds toe, zowel naar binnen als naar buiten. Men durft niet te erkennen dat genoemde apostelen structureel foutief en schadelijk hebben gehandeld en afstand te nemen van deze apostelen en hun schadelijke handelen. Ook binnen de plaatselijke apostolische gemeenschappen is en wordt één en ander niet besproken met elkaar. Alleen de bestuursverklaring is daar in oktober door de voorgangers kort geintroduceerd en uitgereikt. Verder bleef het jammer genoeg heel stil in die gemeenschappen.
    b)De vele oud-leden en leden die onder het beleid van Slok sr. en jr. zijn beschadigd en/of zeer pijnlijke en verdrietige ervaringen hebben opgedaan, zoals mijn twee kinderen en ik.

  5. Heel scherpe en goede analyse. Artikel 6 is voor mij een van de redenen reden dat ik me niet meld bij het meldpunt. Ik ben het volkomen eens met de kritiekpunten die hierboven genoemd worden. Ik vind het bijzonder pijnlijk dat er zo wordt omgegaan met mensen die geleden hebben onder hun opvoeding in het apostolisch genootschap. Dat hen destijds ontraden (of verboden) werd psychische ondersteuning te krijgen was al verschrikkelijk. Maar nu wordt dit in feite weer gedaan. Heel erg teleurstellende reactie van een club die pretendeert te werken aan een menswaardige wereld.

  6. Wederom hulde aan de schrijver van deze haarscherpe analyse. Wat ben ik blij dat er mensen zijn die terzake kundig deze kastanjes voor mij uit het vuur kunnen halen. Dank ?
    Voorts kan ik alleen maar instemmen met de getrokken conclusies, c’est une ”farce majeur”.
    Niet onafhankelijk, niet objectief en derhalve niet effectief.

  7. Vlijmscherpe, goed geformuleerde analyse waar ik helemaal achter sta. Ik heb enige geleden besloten dat ik niet van het meldpunt gebruik ga maken. Jaren geleden afgezwaaid en wil geen enkel contact meer. De oprechtheid ervan trek ik ook ernstig in twijfel. Ik denk meer dat het inderdaad is opgezet om imagoschade te voorkomen en als mededoel heeft om de angel eruit te halen zodat er geen juridische zaken opgestart zullen gaan worden. Zelf sta ik het apgen niet toe om nog meer invloed uit te oefenen op mij dan zij tot nu toe al hebben gedaan. Dat is al meer dan me lief is! Bovendien wil ik onafhankelijk van hen blijven want dat voelt al jaren goed! Lieve mensen, heel veel sterkte met het dealen van onze gedeelde geschiedenis!!

  8. Goede analyse! Het doet me echt verdriet dat er zo mee omgegaan wordt door het huidige bestuur van het apgen en is voor mij de reden geweest om mijn lidmaatschap van het apgen op te zeggen. Dit meldpunt is een wassen neus.

      1. Zie de 1e alinea van de schrijver: “Ik heb die visie overigens ook middels een brief aan de huidige bestuursvoorzitter (apostel Wiegman) kenbaar gemaakt.”

  9. Wat een kneitergoede analyse. Grote dank dat je hier zoveel tijd in hebt gestoken. Ik heb er niets aan toe te voegen. Zoals het ApGen zich in deze opstelt is een zich menswaardig noemende organisatie onwaardig.

  10. Haarfijn geobserveerd. Zelf voel ik me intens gediscrimineerd ( Rotterdam 5) en voel me nog steeds zeer belemmerd door mijn opvoeding waarin ik totaal mezelf niet kon zijn.

  11. Een duidelijke en goede analyse. Toch meld ik mij niet bij het meldpunt. Het vertrouwen in de (zogenaamde) goede bedoelingen zijn bij mij afwezig. Dit komt overigens door mijn ervaring met het AG en zijn/haar volgelingen.

  12. Op een haast wetenschappelijke wijze wordt het Meldpunt op deskundige wijze gefileerd en terecht weggezet als een fopspeen die de beschadigde (ex) leden zoet moet houden. Het mag inmiddels duidelijk zijn dat door deze terechte kanttekeningen het Meldpunt kan worden beschouwd als een (juridisch) gedrocht. Het wordt tijd dat het apgen dit erkent en de regeling in deze vorm zo snel mogelijk intrekt en vervangt door een regeling die wel op een fatsoenlijke manier recht doet aan de door het apgen veroorzaakte schade. Ik wacht af.

  13. Weer een ijzersterke analyse over de manier waarop het Apgen met het door hun aangedane leed, bij honderden ex leden omgaat.
    Al wat ze propageren is precies het tegenovergestelde van de manier waarop er met mensen wordt omgegaan.
    Vele, meestal oudere leden, hebben geen idee, van wat er speelt.
    Daar wordt zoveel mogelijk over gezwegen of met een klein zinnetje door de bestuursvoorzitter afgedaan.
    En dan ook nog op een manier van: “Kijk ons eens goed bezig zijn”.
    Mag wel zeggen dat dit zeer discutabel is.

  14. Wat een haarscherpe analyse. De meldpuntregeling is vakkundig gefileerd. Overigens lijkt met dit Meldpunt het doel van het AG wel bereikt..: slechts weinig mensen zullen nog de behoefte voelen zich hier te melden na het lezen van de 53 artikelen.
    Derhalve zal de conclusie van het AG zijn: “er is dus niet zoveel schade aangericht”.
    Tevens is hiermee een financieel doel bereikt: hoe minder mensen zich aanmelden, des te minder schadevergoeding hoeft te worden uitgekeerd (als er al iets uitgekeerd zou worden).

  15. Messcherpe analyse. Ook ik wil de schrijver bedanken voor het intensieve onderzoekswerk.

    Ik heb mij wel aangemeld voor het meldpunt. De waarheid moet duidelijk voor het voetlicht komen. Door alle nieuwe informatie ben ik alleen maar strijdvaardiger en kwader geworden. Ik hou niet van hypocratie, draaien en onwaarachtigheid.

    Misleiding, bevoogding, indoctrinatie en sociale isolatie mag je nooit (meer) over je kant laten gaan.

  16. De punten van kritiek zijn terecht. Alhoewel ik me afvraag of het netjes is om andermans bevindingen hierbij te betrekken. Immers hoe kun je weten dat de communicatie vanuit het extern meldpunt spelfouten maakt als je niet zelf hebt geroken aan het meldpunt? Dat kun je dan niet weten en het gebruiken van dit argument steekt mij. In vertrouwen gedeelde informatie moet je niet misbruiken. Maar wat is het alternatief voor mij? Deze regeling is inderdaad tenenkrommend. Dat deed mij gelijk in de pen klimmen op 1 december om een uitleg in jip en janneneke taal. Die kwam er, en die begreep ik, ondanks de kleine spelfoutjes. Mag je dan geen foutjes maken in grammatcia, moet alles gelikt en perfect zijn? Mag het ook een keer gewoon praktisch verlopen? Zelf heb ik vaker gecommuniceerd met het bestuur van het apgen of met betrokkenen bij het apgen. Ik hoor graag wat ieders motivatie is om voor het apgen te gaan werken. Ik vertel dan ook altijd graag wat mijn ervaring is uit het verleden. Hoe mijn tijd op de jeugdkring verliep. En dan is er eigenlijk negen van de tien keer een luisterend oor en de bevestigende knik van inderdaad je hebt gelijk je bent geïndoctrineerd in je jeugd. Stelselmatig is mij verteld dat wij het zelf moeten kunnen, geen hulp moeten aanvaarden en zeker gek zijn als we in psychische nood verkeren. Die cirkel wil ik doorbreken. Om nu eens keer wel die hulp te aanvaarden. Die psychische nood heb ik gekend en altijd dacht ik dat het niet aan mijn opvoeding lag of aan de cultuur maar aan mezelf. Maar daar moet ik van terug komen. Het had me zoveel meer kunnen brengen en eerder kunnen helpen als ik en mijn ouders eerder hulp hadden aanvaard van professionals. Of het extern meldpunt mijn leed erkend, ook al is in mijn geval een diagnose bekend wat al extra punten oplevert, weet ik ook nog niet. Het comité is immers nog maar net geïnstalleerd en het volledig in werking gaan op 1 december is inderdaad niet gelukt. Er is echter wel wat op gang gekomen. Er zijn initiatieven genomen en ideeën geopperd en alle meldingen worden verzameld. Ook ik kom liever niet in de publieke aandacht. Laat staan bij het apgen. Maar zonder mijn leed zichtbaar te maken komt er juist geen aandacht voor. En dat is nu juist wat we allemaal willen. Erkenning, dan kan je dus niet volledig anoniem blijven. Dat wil niet zeggen dat elke scheet uit het verleden verteld moet worden. Op depressie zit taboe, even goed op het vragen om steun. Ik ga het toch proberen en heb de eerste stap gezet om de deur te openen naar een stukje hulp mede dankzij het apgen. Het is een paradox maar wat is het alternatief? Wachten tot de media wel hapt? Wachten tot het apgen spontaan alle leden en ex leden geld toeschiet dat als vrijwillige teruggave belastingvrij en niet opeisbaar is voor evt schuldeisers? Keep on dreaming, zo lang wil ik er niet mee bezig blijven. Ik ben al klaar met het leven in twee werelden, dat heb ik 25 jaar geleden al achter me gelaten. Maar deze derde wereld is mij ook te veel en mag spoedig ten einde komen. We gaan het zien, misschien krijg ik spijt of trek ik me alsnog terug. Eerst eens proberen anders kun je er niet van leren.

    1. Dàpper dat je wenst om te blijven leren en ervaringen op te doen …

      De ándere weg kost inspanningen en tijd en uithoudingsvermogens.

      Ik durf jouw weg niet op te gaan !

      Omdat ik : mij zèlf in bescherming neem tegen ‘mooie’ programma’s + beloftes met al geloste flodders.

      Dit komt door mijn opstandigheid dus eigen oppositionele houding.

  17. Juiste analyse. Zeer duidelijk weergegeven.Het is precies wat ik voel en denk als misbruikt slachtoffer. Maar dan wordt ik geconfronteerd met een systeem en wetgeving. Wie en waar geeft mij raad en hulp bij mijn aanmelding bij het Meldpunt? Beeldvorming in deze zie ik in de manier hoe er gehandeld is bij toeslagen!! De vraag bij mij is hoe kunnen wij elkaar helpen bij dit meldpunt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *